Van Europees Monster Tot Vierde Rijk (3)

Hoe langer hoe meer beginnen er met betrekking tot de EU een aantal feiten door te sijpelen die de ware aard van deze organisatie bloot leggen, niet alleen door er zich rekenschap van te geven dat haar ontstaansgeschiedenis doorheen duistere krochten schreed, maar vooral omdat haar ware doelstellingen op een regelrechte dictatuur en verknechting van de europese volkeren afstevenen.

vierde rijk

Wat velen niet weten en wat door talloze bronnen eerst gesuggereerd en nadien door doodgezwegen documenten bevestigd werd is dat de wortels van deze unie in naziduitsland hun oorsprong vonden  in de periode toen een aantal politieke, militaire en economische machthebbers er zich bewust van werden dat de oorlog voor hun een verloren zaak was. Toch gaven ze de hoop niet op om opnieuw een sterk Duitsland na de oorlog  te realiseren, met daarnaast de gedachte via een europese unie een “Vierde Rijk”uit te bouwen. Hiertoe ging men een aantal denkpistes bewandelen met o.m. een gemeenschappelijke markt, een europese gemeenschappelijke munt en dito centrale bank.(zie ook bericht van stradi van 15/02/201: Met Alle Middelen http://nageltjes.be/wp/?p=1090 )

Na de oorlog werd dit denkpatroon overgenomen door Jean Monnet die met zijn “functionalistische” theorie beschouwd werd als de stichter van het verenigd europa. Met de hoger geschetste ideeën vond hij onmiddellijk gehoor bij de duitse bondskanselier Adenauer en een aantal politici van kleinere landen zoals P.H. Spaak in België die hierin dachten de oplossing te vinden voor het overstijgen van de frans-duitse  en andere europese antagonismen.

Het concept dat deze opvattingen bezielde hield in grote mate in dat de eenmaking van europa op basis van voorheen vijandige staten nooit zou kunnen bereikt worden bij  naleving van de normale geldende democratische procedures. De politieke eenmaking zou alleen tot stand kunnen komen door op een weinig zichtbare en zelfs verdoken wijze geleidelijk meer en meer nationale beleidsfuncties over te hevelen naar het europees niveau. In dat kader was  de redenering van Monnet dat de verdoken overdracht van bevoegdheden door de bewustwording van de diverse nationale bureaucratische elites doorheen europa tot een niet tegen te houden momentum in de evolutie naar een politieke unie op grote schaal zou leiden.

Nochtans waren aan deze beweging twee essentiële voorwaarden verbonden, namelijk dat men moest starten met niet controversiële economische activiteiten zoals kolen, staal, landbouw en atoomenergie zodat er geen problemen van bezorgdheid over het verlies van de nationale soevereiniteit de kop in de lidstaten  zouden opsteken. Een tweede voorwaarde was dat de bevoegdheidstransferten een voldongen feit en irreversibel moesten worden doordat ze permanent aan de communautaire instellingen en de europese wetgeving ondergeschikt zouden blijven en daardoor definitief uit de nationale wetgevingen gelicht worden.

Gans deze problematiek beheerste vanaf de jaren vijftig de politiek van de europese commissie en van talrijke eurofiele politiekers die telkens langs verschillende wegen beoogden de nationale soevereiniteit ten voordele van een schimmig europees project in te perken. Het beste voorbeeld hiervan is het belgische parlement en regering die telkens de oekazes van europa zonder ernstig debat aanvaardden en zichzelf iedere keer buiten spel zetten daar waar een energiek neen nodig was. Loopbaanplanning en zoeken naar de meest interessante europese postjes is hier wellicht niet vreemd aan.

In de jaren tachtig en vooral negentig geraakte alles in een stroomversnelling respectievelijk met het tot stand komen van de eenheidsmarkt en de eenheidsmunt en poogde men volgens Bernard Connolly, een europees topkaderlid, in zijn klaarziend werk “The Rotten Heart of Europe” op een achterbakse manier het onweerstaanbare momentum van het tot stand komen van een politieke unie in Europa te creëren waarbij de duitse en franse politieke elites zouden overgaan  tot het opstellen van een gezamenlijke agenda.

Waar tot de jaren tachtig en negentig geen grote projecten op stapel stonden was dit wel het geval voor het tot stand komen van de eenheidsmarkt in 1992 en later met het formuleren van het project van de eenheidsmunt. Volgens Connolly was het opzet van dit laatste op een sinistere manier een onweerstaanbaar elan organiseren voor het realiseren van de politieke unie waarbij zoals gezegd de duitse en de franse politieke elite zouden overgaan tot een impliciete machtsdeling.

Dit was duidelijk de realisatie van een verdoken  agenda die zeker het licht niet mocht zien door de te verwachten weerstand van de nationale parlementen van de belangrijke europese staten en hun publieke opinies. Connolly formuleerde het zo: daar waar de officiële doelstelling van de EMU (europese monetaire unie) luidt dat een gemeenschappelijk huis moet gebouwd worden voor de europese volkeren was zijn tegenargument dat een gemeenschappelijk politiek huis helemaal instabiel is wanneer men de bouwwerken aanpakt met het afwerken van een monetair dak en de democratische en grondwettelijke funderingen voor het laatst overlaat.

Als reactie op zijn stellingnamen omtrent de ontwikkeling van de europese unie werd Connolly door de europese commissie aan de deur gezet. Deze beslissing werd door het europees hof van justitie bekrachtigd. Een tweede klokkenluider op een ander terrein, Paul van Buitenen, werd geschorst omdat hij de corruptie in het departement van overzeese hulp aankloeg. Toch moesten als gevolg hiervan de commissieleden Edith Cresson  en Manuel Marin gevolgd door de voorzitter van de commissie Jacques Santer ontslag nemen wat duidelijk de omvang en het moreel deficit van de europese nomenclatura aantoonde.

De lessen die uit deze hele geschiedenis  getrokken kunnen worden is het grote gelijk van Bernard Connolly. De premissen waarvan in de huidige crisisperiode de politieke leiders uitgaan zijn totaal verkeerd. Wanneer men aan de bevolking zonder legitimatie, de in besloten kring tot stand gekomen besluiten oplegt die democratisch niet gefundeerd zijn dan loopt alles verkeerd af. Nemen we het voorbeeld van een aantal zuiderse landen die men zonder uitzicht op beterschap in de armoede drijft en waar het enige devies poneert nog meer de broeksriem aanspannen, dan is het gevaarlijke gevolg dat men op termijn in een sociale explosie en zelfs in burgeroorlog zal terecht komen. Vergeten we niet zoals ik in een vroegere bijdrage schreef dat de oorsprong van dit alles bij de gemeenschappelijke intenties van de Bilderberggroep samen met Goldman Sachs ligt om tot een gelijkschakeling en nivellering van bezit en eigendom te komen met de bedoeling  een voor hun gunstige oplossing van de financiële en sociaal-economische crisis op te leggen. In deze optiek zal het bovendien mogelijk gemaakt worden de democratie en de vrije meningsuiting, vooral in europa aan banden te leggen. Dat men in dit vlak  op europees niveau reeds de afgelopen jaren en maanden de nodige stappen zette door de eenheidsmunt in te voeren en de zeggingskracht van de nationale parlementen op een aantal essentiële punten in te perken, spreekt boekdelen.

Bijgevolg dient ook de strijd die er gevoerd wordt voor de Vlaamse onafhankelijkheid in dat perspectief gezien te worden. De hinderpalen zullen duidelijk niet alleen belgisch, maar bovenal europees zijn.Vraag is wat zal de Nv-A in die constellatie doen? Zal ze blijven vasthouden aan een zogezegde europese roeping in plaats van de belgische en een verdamping van de bevoegdheden ten voordele van europa voorop stellen in plaats van de belangen van het Vlaamse volk  te verdedigen? Aan haar de keuze voor meer of minder democratie en vrijheid voor Vlaanderen.

Pieter Coutereel