Wij, de racisten …

Het was een gruwelijke moord, waardoor schrijfster Ayaan Hirsi Ali internationaal bekend werd. Zij was echter noch het slachtoffer, noch de dader. Het lijk was dat van Theo van Gogh, een schrijver en filmmaker die in november 2004 was beschoten, neergestoken en verminkt. Dit gebeurde in een Amsterdamse straat door een in Nederland geboren moslimextremist van Marokkaanse afkomst.

De moordenaar, die in woede was ontstoken vanwege Submission, een korte film die Van Gogh had gemaakt over de slechte behandeling van vrouwen onder de islam, liet geen twijfel bestaan over zijn motieven. Een brief, die hij met een mes op de borst van zijn slachtoffer had aangebracht, was een oproep tot de jihad. Het was ook een doodsbedreiging tegen Hirsi Ali, destijds lid van de Tweede Kamer. Zij had Van Gogh overgehaald om Submission te maken en had het script van deze film geschreven.

Hirsi Ali, destijds 35 jaar oud, had al heel ellende meegemaakt. Zij had een zeer religieuze opvoeding ondergaan in Somalië, Saoedi-Arabië en Kenia, met inbegrip van een meedogenloze besnijdenis om haar ‘puur’ te laten blijven. Zij leed onder het juk van een verbitterde en soms gewelddadige moeder en verlangde naar een vader die langdurig afwezig was, vaak gevangen of ondergedoken, als gevolg van zijn oppositie tegen de Somalische dictator Siad Barré.

In juli 1992 trotseerde Hirsi Ali de wensen van haar familie door te weigeren om te trouwen met de man aan wie haar vader haar had uitgehuwelijkt. Zij vluchtte van Kenia naar Nederland, verwierf de vluchtelingenstatus en vond werk als schoonmaakster en fabrieksarbeidster. Zij assimileerde snel, leerde perfect Nederlands en ging politieke wetenschap studeren. Deze keuze leidde tot een betrekking als analist bij de denktank van de PvdA.
Tot grote ontsteltenis van haar meerderen, die streven naar de gunsten van de moslimstemmers, maakte Hirsi Ali zich openlijk ongerust over de steeds verder uitbreidende immigrantengemeenschap en de toenemende spanningen tussen moslims en autochtone Nederlanders.

In Rotterdam, de op één na grootste stad van Nederland, vormden de immigranten – voor het merendeel moslims uit Marokko en Turkije – intussen de meerderheid terwijl Amsterdam ook op weg was naar een dergelijke demografische ommekeer. Dat zou geen probleem zijn geweest, zoals Hirsi Ali in het openbaar bepleitte, als de Nederlanders de nieuwkomers hadden aangemoedigd de cultuur van het land te aanvaarden op dezelfde wijze als zij had gedaan. Maar de multiculturele obsessie van de gezaghebbenden, in combinatie met de nationale neiging om vrijwel elke gedragsvorm te tolereren, had geleid tot een ghettovorming van de minderheden en een zekere wetteloosheid. De Nederlandse moslims waren voor het merendeel tevreden om bijeen te blijven in de gemeenschappen die zij hadden gevormd. Opgegroeid op een vast dieet van islamitische prediking en satelliettelevisie uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika, verwierpen velen van hen de Nederlandse gewoonten als hedonistisch en zelfs zondig.

Hirsi Ali schrok er niet voor terug de moslimgemeenschap van zelf opgelegde bekrompenheid te beschuldigen. Zij vond ook dat bij de misdaadgolf een onevenredig aantal tweede- en derdegeneratie Nederlandse Marokkanen was betrokken. Maar zij ageerde nog het meest tegen de onderdrukking van lokale moslimvrouwen door mannelijke familieleden: gedwongen huwelijken, het ontzeggen van opleidingsmogelijkheden, huishoudelijke slavenarbeid en, in sommige weerzinwekkende gevallen, eermoorden. Zij had bovendien kritiek op de autochtone Nederlanders omdat zij de onrechtvaardigheden in hun midden oogluikend toelaten en omdat zij diegenen tolereren, die zelf een andere levensstijl weigeren te tolereren.

Het was een schok en tevens een openbaring om te zien dat een jonge, zwarte moslimvrouw opkwam voor zaken die vroeger in verband werden gebracht met blanke betweters van middelbare leeftijd die vaak waren weggezet als racist of islamofoob. Hirsi Ali werd steeds bekender, vooral nadat zij het aanbod van de VVD had aanvaard om zitting te nemen in de Tweede Kamer. In die tijd ontving zij een groot aantal doodsbedreigingen van radicale Nederlandse moslims en hun sympathisanten. Toen zij in de Tweede Kamer was gekozen, namen de doodsbedreigingen verder toe. Zij werd overal gevolgd door beveiligingsfunctionarissen. De moord op Van Gogh bewees dat deze bedreiging maar al te reëel was.

Gedurende haar gehele parlementaire loopbaan, die duurde van 2003 tot 2006, oogstte Hirsi Ali zowel lof als beroering. Zij bleef schrijven en spreken ten gunste van de vrije meningsuiting en het recht om te beledigen. Het jaar 2004 was vooral turbulent, zowel voor haar privé als voor de samenleving. Zij zwoer de islam en alle andere religies af. De moord op Van Gogh maakte haar internationaal beroemd en zij verwierf een plek op de lijst van TIME van de 100 meest invloedrijke mensen van de wereld en een European of the Year Award van de Europese uitgevers van Readers Digest. Zelfs de lezers van De Volkskrant, een krant die het onvervalste multiculturalisme aanhangt, waren in betovering: zij verkozen Hirsi Ali eind 2004 tot hun Nederlandse Persoon van het Jaar.

Bekijk de video van Ayaan >>>

image_pdfimage_print
Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *