De kiemen van het terrorisme!

Nakomelingen van naar hier gemigreerde moslimouders die volgens de islam moslims moeten zijn, zonder er zelf voor gekozen te hebben. Deze moslimkinderen krijgen van hun ouders een verziekte en psychisch ziek makende nalatenschap mee.

Elk moslimkind leert van jongsaf aan dat het “beter” is dan de hem omringende kafirmaatschappij. Dat gaat goed totdat het kind met deze maatschappij in aanraking komt.
En dat gebeurt al zeer jong.

Kleine Fatima of Mohamed gaat naar de kleuterschool en beleeft daar fijne dagen, omringd door kafirkleuters. Toch merken ze al vlug dat ze “anders” zijn, al was het maar door wat ze al dan niet op hun boterham hebben.
Ook de feestdagen krijgen voor hen niet dezelfde invulling, Sinterklaas komt immers enkel bij de kafirs, net als de kerstman en de paasklokken .
Op Aïd elFitr en het schapenfeest worden ze thuisgehouden terwijl hun kafirkameraadjes gezellig verderdoen op school. Hier begint het hen te dagen. Moslimkindjes hebben niet alleen minder leuke feestdagen, maar moeten soms ook de school verzuimen om schapen te zien doden en toe te kijken terwijl volwassenen zich volproppen met koekjes en zoetigheden. Een kind heeft immers een klein maagje…

Bovendien was kleine Mohamed tot aan zijn schooltijd de ongekroonde koning in huis, letterlijk alles werd door de vingers gezien van hem, nu is dat niet meer het geval en krijgt hij vermaningen en straf. Kleine Fatima was gewoon om zich zo klein mogelijk te houden, nu moet ze echter voor zichzelf gaan opkomen in een gemengde omgeving en volgens normen die haar vreemd zijn. Beiden kunnen niet doen “zoals alle anderen” en dat is vreselijk voor een klein kind. Hier wordt de kiem geplant van wat het moslimkind zijn leven lang gaat meedragen en de basis gaat vormen voor een groot minderwaardigheidscomplex : het is “anders”.

Thuis leert het moslimkind dat allah enkel van moslims houdt en alle andere mensen tot de gruwelijke hel veroordeelt. Het leert ook dat je beter niet kan omgaan met kafirs omdat zoiets gevaarlijk is. Kafirs zijn “slecht” en zeker geen vrienden.
De wereld wordt zo opgedeeld in twee “kampen” : goed en slecht. Wij en hen.
Op school moeten deze kinderen leven volgens de regels van de “slechten”, het is dan ook niet verwonderlijk dat je voor minder in de war zou raken. De “slechte” juf dient gehoorzaamd, de “slechte” meester heeft het voor het zeggen.
Voor kleine Fatima valt dit nogal mee, ze leerde ook dat ze geen enkel gezag mag betwijfelen, maar voor kleine Mohamed is het heel wat moeilijker. Hij heeft sowiezo al moeite met een gezag dat niet van zijn vader of mannelijke familieleden komt, laat staan van een kafirjuf ! Tegelijkertijd ondervinden Fatima en Mohamed dat ook kafirkinderen leuk en gezellig kunnen zijn, soms raken ze er wel mee bevriend. Zo geraken ze in een vreemde patstelling, zeker als ze al eens thuis bij hun kafirvriendjes worden uitgenodigd : deze aardige mensen zijn fijne vrienden, maar toch zijn ze “slecht”….

Langzaamaan groeit het moslimkind op, met thuis een hele reeks geboden en verboden die niet passen in een moderne hedendaagse maatschappij en met op school als het ware een tweede leven waarin het moeilijk is zichzelf staande te houden vanwege het “anders zijn”. Een loodzware opgave, zeker voor een kind !
Daarbij komt nog dat in vele moslimgezinnen de nadruk niet op werelds onderwijs wordt gelegd, zeker niet voor meisjes. Nochtans doen die het beter op school dan hun mannelijke tegenhangers. Zij hebben wél iets te bewijzen, zij grijpen gretig hun kans op geestelijke ontwikkeling, die thuis wordt verwaarloosd. De jongens staan voor onoverkomelijke problemen : in hun moslimgemeenschap zijn ze iemand, alleen al door het feit dat ze van het mannelijke geslacht zijn. Hoe ouder ze worden, hoe meer ze dienen de gangen van hun zussen, nichten en zelfs moeder na te gaan. En hoe minder hun eigen gangen worden nagegaan… Dat valt zeer moeilijk te combineren met een geslaagd schoolparcours, waar de moslimjongen zélf onder gezag van buitenaf staat. De jonge Mohamed heeft het daar zeer moeilijk mee, en kan je hem dat kwalijk nemen ?

Van daar af loopt het helemaal fout : de jonge Fatima krijgt zelden haar kans op hogere studies, aangezien ze toch voorbestemd is voor een “huiselijk” leven en vaak zo jong mogelijk getrouwd wil gezien worden door de ouders. De ouders willen zich zo vlug mogelijk ontdoen van deze tijdbom, een moslima die nadenkt zou wel eens rechten voor zichzelf kunnen opeisen die tegen de islam ingaan. Fatima krijgt dus de keuze : in opstand komen (daar is ze écht niet voor geconditioneerd!) of lijdzaam haar lot ondergaan. Die tweede keuze ligt dan mee aan de basis van een versterkt levenslang minderwaardigheidscomplex, dat ze zal trachten klein te krijgen door haar heil te zoeken in de islam om zich toch érgens gewaardeerd te voelen.
Haar sluier wordt dan de vlag die de lading dekt…
De enkele Fatima’s die toch hun eigen lot in handen nemen betalen dit waagstuk meestal met een aanvankelijke totale sociale isolatie. Toch zijn zij de enigen die hun onmogelijke erfenis verzaken en een vrij leven kunnen leiden.

Mohamed echter heeft nog veel minder kans op enig succes in hogere studies. Als hij dan toch zijn “overgevoeligheid” voor gezag kan in bedwang houden, blijkt hij vaak niet voorbereid om de vele persoonlijke inspanningen te leveren die hogere studies vragen. Hem werd immers thuis elke moeilijkheid uit de weg geruimd en elke inspanning uit handen genomen… Zo blijft Mohamed supergefrustreerd buiten de “geslaagde” maatschappij staan en kiest hij zeer vaak de richting van de enige vertrouwde bron van waardering die hij kent : de islam.
Deze groene vlag dekt dan ook zijn lading…

Moslimouders zijn écht niet goed bezig : ze verwachten het onmogelijke van hun kinderen, namelijk slagen in de westerse maatschappij en tegelijkertijd vasthouden aan een middeleeuwse cultus die de westerse waarden afzweert. Beiden gaan niet samen. De moslimouder verziekt dus de toekomst en het leven van zijn kind.
De islam is een onmogelijke erfenis.
En dan kwam het hersenspoelend  islamonderwijs van weerloze minderjarigen.Wie de Franse taal begrijpt: ga eerst zitten! En kijk dan het hele filmpje uit.

L'imam Rachid abou Houdeyfa donne ses enseignements coraniques aux enfants dans la mosquée de Brest . Avec de tels propos , peut on s’étonner si il y a encore des massacres dans des salles de concerts ?

Geplaatst door Politiquement Incorrect op maandag 16 november 2015

image_pdfimage_print
Share

Reacties

De kiemen van het terrorisme! — 1 reactie

  1. Gans het probleem met de islamieten op school begint al bij de taal. De taal beheersen is een eerste vereiste om goed mee te kunnen in het onderwijs. Daar al vegen ze vierkant hun voeten aan. Het bedrijf waar ik werkte voor mijn pensioen was gelegen in een buurt waar veel allochtonen woonden. Als ’s middags de moeders de kinderen van de school haalden spraken ze enkel hun eigen taal. Ik heb dit niet 1x opgemerkt maar jaren. Integreren staat niet in hun woordenboek. En dit is maar 1 van hun veelvuldige problemen met onze maatschappij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *