Over principes gesproken

Wie de pers in het westen over de conflicten in het Midden-Oosten leest, liefelijk ‘lente’ genoemd, doet er goed aan de uitspraken van politici en journalisten te vergelijken en te toetsen aan onderstaande “principes”.Verwijzen naar Goebbels, de minister van propaganda in nazi-Duitsland is dan een klein kunstje, vergelijken met huidige leiders zal heel toevallig zijn. Het opdrijven de laatste maanden van dat soort retoriek door media en politiek zal de ouderen onder de lezers een angstig déja vu gevoel geven.
In het boek Elementaire principes van oorlogspropaganda, geschreven door professor Anne Morelli, worden de ‘tien basisprincipes’ van de oorlogspropaganda opgesomd.
Deze zijn:
1. Wij willen geen oorlog. De vijand dwingt ons oorlog te voeren.
2. De vijand is verantwoordelijk voor de oorlog. Geef altijd de andere partij de schuld van het geweld. Zelf heb je nooit schuld
3. Presenteer de leider van de vijandelijke troepen als een bloeddorstig monster. Tegen een monster is de strijd altijd geoorloofd.
4. De echte motieven voor de oorlog moet je niet noemen. Je moet vooral veel nadruk leggen op de bescherming van de burgers in het land, niet op machtsuitbreiding of op economische motieven.
5. De vijand begaat gruweldaden. Leg nadruk op de fouten van de vijand, ook als de (burger)slachtoffers vallen door acties van je eigen kant.
6. De vijand vecht op een vuile manier, zoals met chemische en biologische wapens. En ze schenden internationale verdragen.
7. Praat niet over de eigen verliezen. Vergroot de verliezen bij de vijand uit en zwijg over de eigen slachtoffers. Laat beelden zien van krijgsgevangenen.
8. Laat alleen bekende landgenoten aan het woord komen die de oorlog steunen. Geef alleen (bekende) mensen die de eigen regering kritiekloos steunen de kans hun verhaal in de media te vertellen.
9. Geef het conflict een religieus tintje. Als er een god achter je staat geeft dat de militairen en burgers moed. Het rechtvaardigt bovendien vaak de oorlog.
10. Wie het niet met de oorlog eens is, is een verrader. Wie niet gelooft in het belang van strijd of verdediging, is een medestander van de vijand.

Deze tien principes verwoorden de boodschap die door middel van oorlogspropaganda aan de eigen ‘achterban’ wordt voorgehouden.
Ter aanvulling of als varianten hierop kunnen nog de volgende ‘boodschappen’ worden genoemd:
• wij zij superieur en de vijand is inferieur (als leger, als volk, als natie, enz.);
• wij zullen zeker overwinnen;
• wij voeren een schone oorlog; wij ontzien de burgerbevolking en proberen het aantal slachtoffers en de schade ook bij de vijand zo beperkt mogelijk te houden;
• uw steun aan de oorlog is onmisbaar voor het behoud van volk en vaderland.

De propagandaboodschap aan de tegenstander is in wezen dezelfde als aan de eigen partij, maar dan in spiegelbeeld.
De kern van de boodschap aan de vijand is :
• wij hebben deze oorlog niet gewild, maar jullie hebben ons ertoe gedwongen;
• wij vechten voor een rechtvaardige zaak, wij strijden de goede strijd, jullie staan aan de verkeerde kant;
• jullie leider is een bloeddorstig monster, die niets om zijn eigen volk geeft, voor wie een mensenleven niet in tel is, die alleen maar uit is op vergroting van zijn macht en die jullie tot de ondergang zal brengen;
• jullie begaan oorlogsmisdaden terwijl wij jullie juist proberen te ontzien;
• jullie verliezen de oorlog, jullie leger is inferieur;
• stop je steun aan deze oorlog en verzet je ertegen voordat het te laat is