Links spuit vuil en mythes

De redactie leest nooit de onzin gepubliceerd door de zwaar gesubsidieerde leugenpers zoals Knack en De Standaard. Wij zouden er kotsmisselijk van worden. Gelukkig zijn er helden die dat af en toe nog wel doen en er ook een snedig objectief antwoord op formuleren. Johan Sanctorum is vandaag Woensdag 29 augustus 2018 zo een held.

Zijn conclusie laat aan duidelijkheid niets te wensen over: “Voor links is de mythe van de ‘racistische Vlaming’ van levensbelang.” Of hoe demagogie en hersenspoelende indoctrinatie een soort van religie geworden is bij de cultuurmarxistische leugenpers en hun hoofdredacteurs.

Op de Knack-webstek van vandaag, 29/8, krijgen we een column te lezen van hoofdredacteur Bert Bultinck, getiteld ‘Witte Vlamingen zijn bang voor een “remplacement” door niet-witte Vlamingen’. Daarmee wordt bedoeld dat het racisme ook economische motieven heeft, namelijk de angst van de ‘witte Vlaming’ voor verdringing op de arbeidsmarkt door zijn gekleurde medemens.

Eerst iets over die kleurenterminologie. Het is grappig dat net politiek-correct links het voortdurend over wit, bruin en zwart heeft. Terwijl het ons niet uitmaakt welke huidskleur de man of vrouw achter het loket heeft, als we maar bediend worden en niet geërgerd door opzichtige religieuze symbolen. Men spreekt ook over ‘witte’ scholen, alsof men wou beklemtonen dat deze inrichtingen werkelijk op kleur selecteren, terwijl het over een veel complexer sociaal-pedagogisch fenomeen gaat. Scholen die bijvoorbeeld een Latijn-Griekse afdeling hebben, trekken beduidend minder scholieren van allochtone herkomst aan, omdat een klassieke opleiding hen eenvoudigweg niet interesseert. Niettemin gaat het voor Bultinck en C° dus over wit en zwart, en hoe die kleurenkwestie het Vlaamse collectief bewustzijn domineert.

Dit stigmatiserend taalgebruik is méér dan een stijlfiguur: voor links is het een absoluut dogma dat het racisme in de Vlaamse genen zit. Het staat er ook letterlijk: ‘Wie nog wil ontkennen dat racistische stereotypen diep in het Vlaamse DNA zijn ingebakken, is ziende blind en heeft een uitzonderlijk talent voor geheugenverlies.’ U bent dus verwittigd: al wie niet akkoord is met Bert Bultinck, is ziende blind of dement.

Dat brengt ons op een dieper liggend euvel: het syndroom van de politieke correctheid als zelfverklaarde intellectuele én morele superioriteit van de loftelite, het conglomeraat van medialui en culturo’s dat door de hemel is gezonden om de racistische Vlaming de les te lezen. Journalistiek moet niet alleen feiten brengen, maar ook duiden, kaderen, omdat de gewone man/vrouw met een aangeboren myopie is behept. Rechts is van de weeromstuit intellectueel minderwaardig, dom, lijdt aan geheugenverlies, twittert zich een herseninfarct. En vanuit zijn ‘witte’ biologische dispositie zal de Vlaamse trol dat ook blijven doen. Zo simpel is dat.

Het is meteen een strategie om zich preventief tegen externe kritiek af te schermen: links treedt permanent op als corrector, therapeut, pedagoog en moreel superieure minderheid. Oud 68’er Paul Goossens is werkelijk de incarnatie van die hoogmoed. In zijn zog druipt het stukje van Bultinck van culpabiliserende betweterigheid, vermengd met enige zelfkritiek om het wit/zwart-verhaal nog meer te beklemtonen (‘We zijn allemaal racisten’).
De Vlaamse openbare omroep straalt al een halve eeuw die Pravda-mentaliteit uit, het blijft een ergernis bij de doorsnee Vlaming, wiens kritiek als verzuring wordt weggezet. Want wie kwalitatief beter is hoeft zich niet te bekommeren om een al dan niet zwijgende meerderheid. Dat is in België ook lang de strategie van de francofonie geweest om haar privileges af te dwingen als beschermde minderheid en draagster van een hoogstaande cultuur.

Indoctrinatie en domheid als project

In mijn boek ‘De Langste Mars’ analyseer ik de pococratie als een gestolde versie van de post-’68-strategie, beter bekend als ‘de lange mars door de instellingen’: de teleurstelling van links over het ‘verraad’ van de gewone man/vrouw die de revolutionaire idealen aan zijn/haar laars lapt, leidde tot de conclusie dat het plebs alleen via een permanente indoctrinatie tot betere inzichten kan gebracht worden. Via de media in de eerste plaats. De bovenbouw diende dus duchtig hertimmerd en bemand met politiek-correct personeel.

Tegelijk mocht dat ook lang duren –vandaar de titel ‘De langste mars’-: eens die indoctrinatie voltooid zou de linkse elite zichzelf overbodig maken, en dat is nu ook weer niet de bedoeling. Dus voltrekt zich, synchroon en complementair aan de indoctrinatie, ook een project dat de domheid en afhankelijkheid van de modale burger bestendigt. De negatieve spiraal waarin het onderwijs zich bevindt, is daarvan het meest flagrante voorbeeld: kinderen die amper nog een opstel kunnen schrijven, zijn weerloze dummies en perfect modelleerbare Untermenschen.

En zo komen we weer bij het wit/zwart-verhaal van Bert Bultinck. Zolang er racisten zijn, zullen er weldenkers als Bultinck nodig zijn: het broodje-aapverhaal over de bange Vlaming die vreest dat de bruine allochtoon zijn job gaat afpakken, toont aan hoe het racisme door links wordt gecultiveerd als een levensverzekering. Maar het is in tegenspraak met de bekommernis van rechts om de kwaliteit van het onderwijs op te voeren, ook in het belang van allochtone kinderen. De veronachtzaming van het Nederlands als voer- en cultuurtaal stuit ons tegen de borst, omdat taal hét instrument van integratie is, iets waar links zijn neus voor ophaalt. Het gaat over taal, cultuur en waarden, niet over wit of zwart.

De foute premissen van Bultinck’s schrijfsel leiden tenslotte tot vreselijke gemeenplaatsen als ‘Wie gekleurd is in Vlaanderen is niet zonder reden bang voor vernedering, uitwijzing of zelfs fysiek geweld’. Komaan zeg. Over het fysiek geweld van asielzoekers of asielvinders die zich niet aanpassen, zullen we maar zwijgen. De mythe van de vervolgde zwarte is het perfecte alibi voor het eeuwige slachtofferschap waar beroepsallochtonen als Wouter Van Bellingen of Dalilla Hermans zich in wentelen. Het racismespook wordt uiteindelijk business, een kwestie van boeken verkocht krijgen, een papieren kwestie. Iemand moet natuurlijk wel eens roepen dat de keizer geen kleren aan heeft.