Vragen die islam niet kan beantwoorden

We leerden deze auteur kennen door het boek dat ze schreef over haar ervaringen als Amerikaanse jeugd- en familierechter. Haar ervaringen waren indrukwekkend en de titel zette aan tot nadenken vrij vertaald: “Kom me niet vertellen dat het regent als je op mijn been pist”. Een bestseller.

Toen we vernamen dat ze ook een boek gepubliceerd had met als titel “The people vs Muhammad, psychological analysis” kochten we dat meteen aan. De titel luidt vrij vertaald: “Het openbaar ministerie tegen Mohammed, een pychologische analyse.” Familierechter Judy publiceerde uit veiligheidsoverwegingen nu niet meer als gepensioneerde rechter maar als J.K. Scheindlin.

De reden mag duidelijk zijn als men weet dat ze een gedetailleerde catalogus met schokkende bewijzen van de mentale ziektes van Mohammed had geschreven: Psychopatie, Vrouwenhaat, Napoleon complex, Schizofrenie, Narcistische persoonlijkheidziekte, Messias-God complex, Obsessieve compulsieve stoornis, Athanagorafobie, Oedipus complex, Seks-verslaving, Pedofilie, Sadisme en Necrofilie.

Edmund Burke schreef ooit ” Alles wat nodig is voor de overwinning van het kwade is dat goede mensen niets doen. Maar Scheindlin nam wel haar verantwoordelijkheid op. Met veelvuldige doodsbedreigingen als gevolg. Of wat had U anders gedacht?

Een ongelovige kafir die Mohammed, de laatste profeet van Allah beledigt verdient de doodstraf. Zo staat uitdrukkelijk geopenbaard in de heilige Koran. Scheindlin verdiende dus een dozijn doodstraffen. Geen wonder dat ze onderdook. Ze dacht ook na hoe ze best kon reageren tegen de ongelooflijk fanatieke uitingen van haat waarvan ze het slachtoffer werd. Niet alleen afkomstig van Mohammedanen maar ook van politiek correct linkse goedmensen die schuimbekten van woede en geveinsde verontwaardiging

En daarom publiceerde ze het eerste deel van “Vragen die islam niet kan beantwoorden” waarvan U hierboven de voorpagina ziet. Steunend op een breed spectrum van gecertificeerde islamitische bronnen draait ze de rollen om en plaatst ze de bewijslast bij alle mohammedanen.

In dit eerste deel test ze het islamitisch fanatisme met indringende vragen waarmee mohammedanen geen blijf weten. Waarom gaan Mohammedanen en Mohammed naar de hel? Waarom is er geen redding in islam? Waarom is er absoluut geen bewijs dat Mohammed echt bestaan heeft? Waarom werd de koran gecorrumpeerd? Waarom is er geen bewijs dat Mekka bestond tijdens het leven van Mohammed? Waarom is er geen bewijs van islam nadat Mohammed stierf? Waarom is islam niet bekwaam tot vooruitgang? Waarom faalt Sharia overal? Waarom verwart de oudste koran “72 maagden met grote ogen” met druiven? En veel meer.

Objectief geschreven en soms humoristisch zorgt de lange lijst uitdagende en onmogelijk te beantwoorden vragen er gegarandeerd voor dat uw mohammedaanse vrienden (en hun supporters) nog zeer lang hun tanden zullen laten knarsen en de laatste profeet zeer vele jaren zullen vervloeken. Het is met name een boek dat voor hen is geschreven, maar ook ons gehate kafirs een duidelijker inzicht geeft in de totalitaire, imperialistische, militaristische, onverdraagzame en wreedaardige politieke apartheidsideologie die islam is.

We moeten hierover elkaar blijven informeren. Want niemand anders gaat dat doen. Een zeker de jeugd moeten we informeren en vooral aandringen dat ze dat zelf ook blijft doen.