Het openbaar ministerie tegen Mohammed

Ontleend aan “Waarom haten ze ons eigenlijk?

Elke religie en ideologie heeft een essentie; zéker de islam, en die is niet moeilijk te achterhalen. De essentie is namelijk de betekenis van de term ‘islam’: onderwerping (en dus islamisering).

Islamitische Staat gooit die hatelijke essentie open en bloot op tafel: de islam zoals hij door de islamitische profeet Mohammed, al-insan al-kamil (de perfecte mens), werd belichaamd – door en door islamitisch dus.

Islamitische rechtsscholen, leiders, rechtsgeleerden, predikers en geestelijken, zitten dan ook met de handen in het haar. In wezen hebben ze geen enkel ideologisch verweer tegen IS. Hoogstens kunnen ze misleidend taqiyya plegen en paaiend de wreedheid en het geweld van IS afkeuren, maar dus louter op strategische en niet op ideologische gronden.

Voor vele westerlingen is het hatelijke karakter van de islam om voor de hand liggende redenen een bijzonder ongemakkelijke waarheid. De consequenties hiervan, de stappen die zouden moeten worden genomen en het beleid dat zou moeten worden gevoerd, zijn zo ingrijpend en liggen zo ver van de gangbare, politiek correcte dogma’s, dat alles uit de kast wordt gehaald om de politiek correcte riedel te verspreiden dat Islamitische Staat ‘onislamitisch is’, ‘niets met de islam heeft te maken’ of ‘een extreme interpretatie is’.

Men zou de islam nu eens eindelijk serieus moet nemen en wetenschappelijk bestuderen maar dat gebeurt niet. De oorzaak van de terreur wordt in de sociale of psychologische, en veel te weinig in de theologische hoek gezocht. Daardoor wordt de terreur los gezongen van de islam. Waarom? Burgers verwachten van de overheid dat er beleid wordt gevoerd ter bestrijding van de terreur. Als de oorsprong van de terreur de islam zelf is, is er geen beleid mogelijk. Van overheidswege kan immers niemand op zijn geloofsovertuigingen worden aangesproken.

Daarom werken politici en veiligheidsdiensten liever met categorieën als ‘salafisme’ en ‘jihadisme’. Het standaardparadigma luidt dat de islam door salafisten verkeerd wordt begrepen, en dat sommige salafisten ‘radicaliseren’ tot jihadisten. Met het woord ‘radicalisering’ wordt in feite wel gesuggereerd dat er een verband bestaat met de islam, maar het woord ‘jihadisme’ saves the day.

Jihadisme’ kun je bestrijden door middel van sociale programma’s of met het leger en de politie. Je kunt er beleid op maken. Maar jihadisme bestaat helemaal niet als aparte islamitische stroming. Men gaat als goede moslim eenvoudig op jihad.”

Terwijl IS van de daken schreeuwt (en onderbouwt) hoe hatelijk de islamitische leer in elkaar zit, regeert de politiek correcte leugen. Zo deed op het moment dat het glasheldere IS-artikel ‘Why we hate you & why we fight you’ verscheen, ook de paus nog eens zijn politiek correcte duit in het zakje van het establishment: “De islam is geen gewelddadige religie. Slechts een minderheid van de moslims is fundamentalistisch.”

Dat zijn twee zinnen die elkaar eigenlijk tegenspreken. Fundamentalistisch betekent immers: de oorspronkelijke, eigenlijke leerstellingen omarmend, strikt vasthouden aan de grondbeginselen. Je kunt niet zeggen dat de islam niet hatelijk en niet gewelddadig is, en vervolgens als geruststelling poneren dat slechts een minderheid van de moslims naar de hatelijke fundamenten van de islam grijpt. De waarheid is: de islam is in essentie hatelijk, gewelddadig en terroristisch en dus mogen we van geluk spreken dat zoveel zelfverklaarde moslims eigenlijk slechte moslims zijn, of de facto apostaten.

En zelfs al mocht de tweede zin van de paus – “Slechts een minderheid van de moslims is fundamentalistisch.” – waar zijn (wanneer ‘fundamentalistisch’ zou slaan op ‘terroristisch’, in casu jihadistisch’): ook in het nationaalsocialisme was slechts een kleine minderheid fanatiek-gewelddadig, et alors? De geschiedenis wordt vrijwel nooit bepaald door meerderheden.

In 1929 telde de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij 178 duizend leden, slechts 0,25 procent van de Duitse bevolking. De ‘zwijgende’ of ‘vredelievende’ meerderheid is irrelevant: “Het zijn de fanatici die marcheren. Het zijn de fanatici die elk van de 50 gewapende conflicten wereldwijd uitlokken. Het zijn de fanatici die christenen en tribale groepen in Afrika systematisch afslachten en geleidelijk het hele continent in een islamitische golf overnemen. Het zijn de fanatici die bombarderen, onthoofden, moorden, of eerwraak plegen. Het zijn de fanatici die moskee na moskee overnemen. Het zijn de fanatici die ijverig stenigen en ophangen.

Het is een hard en meetbaar feit dat de ‘Vredelievende meerderheid’ de ‘zwijgende meerderheid’ is, en die is bang en onbelangrijk. Bovendien, wanneer moslims oprecht en fel van zich laten horen, is dat doorgaans eerder om te protesteren tegen Geert Wilders, tegen een ‘islamofobe’ (lees: islamkritische) film of boek, tegen het ‘terroristische’ Israël, tegen ‘beledigende’ Mohammedcartoons, tegen een ‘discriminerend’ minaretten-, hoofddoeken-, boerka- of boerkiniverbod of tegen een geplande Koranverbranding.

Waar zijn ze om te protesteren tegen de nakende steniging van een vrouw? Of tegen de verschrikkelijke sharia-wetgeving in verschillende moslimlanden, tegen het mensonterende lot van Afghaanse vrouwen, tegen de dreigende en islamiserende sultan Erdogan, tegen Islamitische Staat en jihad-aanslagen, tegen de haatpreken in moskeeën en op de Arabische televisie, tegen de hatelijke inhoud van schoolboeken in Saoedi-Arabië en Gaza, tegen Al Qaida en Hamas, tegen de antisemitische uitlatingen van menig islamitisch leider, tegen de islamitische vervolging van Ahmadiyya en andere minderheidsgroepen, tegen de doodsbedreigingen aan het adres van cartoonisten, seculiere bloggers en vrouwenrechtenactivistes, tegen de voortdurende jihad-dreiging, tegen het dhimmitude-lot van christenen in Egypte, Soedan en Irak, enzovoort? Waar zijn ze?

Wel, wanneer zogenaamd ‘extreemrechtse’ politici de Koran bekritiseren en terecht bestempelen als een ‘license to kill’ (en een ‘license to hate’), dan komen ze verontwaardigd uit hun holen gekropen. Of bijvoorbeeld wanneer, echt waar, een Koranvers in beeld verschijnt van een animatieserie voor kinderen: dan wordt door de ophef de verantwoordelijke animatiestudio aan de kant gezet.

Of de al dan niet zwijgende meerderheid van de moslims, hoewel niet jihadistisch, er niet hatelijke, vredelievende ideeën op nahoudt, is dus nog maar de vraag. Los van het feit dat de geschiedenis niet wordt bepaald door de zogenaamde ‘gematigde meerderheid’ — die doorgaans laf, bang en stil is — tonen onderzoeken steeds opnieuw aan dat het dogma ‘gematigde moslimmeerderheid’ op zijn minst kort door de bocht is. Om te beginnen kan men moslims niet simplistisch indelen in ‘gematigd’ en ‘niet gematigd’.

Een van de grootschaligste onderzoeken ooit, ‘I Who Speaksfor Islam? What a Billion Muslims Really Think’ van Dalia Mogahed en professor John Esposito (mensen die de islam een bijzonder warm hart toedragen), had als conclusie dat ongeveer één derde van de moslims wereldwijd in meer of mindere mate jihadistische aanslagen goedkeurt.

Dat zijn circa 500 MILJOEN moslims. Begrijpen die de islam allemaal verkeerd? Talloze onderzoeken in belangrijke moslimlanden, met name van het PEW Research Center, tonen bovendien aan dat ze voor de doodstraf voor afvalligen en het stenigen van overspeligen zijn.

Hebben zij allen de islam verkeerd begrepen? Arme moslims, zou je kunnen zeggen, want de islam heeft vanaf hun geboorte hun breinen vergiftigd met hatelijke ideeën, net zoals het nationaalsocialisme in de jaren dertig de breinen van de Duitse bevolking vergiftigde. Hoe zou het dan ook kunnen verbazen dat de OIC (Organization of the Islamic Cooperation), de grootste intergouvernementele organisatie na de Verenigde Naties bestaande uit 57 islamitische en islamiserende landen, expliciet heeft gestipuleerd dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) ondergeschikt is aan de sharia, waardoor de UVRM dus compleet wordt verworpen en wordt vervangen door islamitische haat?

Heeft de OIC en hebben al de OIC-lidstaten de islam verkeerd begrepen? Hoe kan het dat in het Westen aan zo’n ostentatieve, fundamentele boodschap van haat kennelijk zo weinig gewicht wordt toegekend? Wanneer de Indonesische provincie Atjeh stap voor stap de hatelijke sharia invoert, met stokslagen of steniging voor overspeligen en een strikte sluiersplicht voor vrouwen, is dat dan niet puur islamitisch?

Ook in Europa bevindt zich een meerderheid van moslims met zorgwekkende denkbeelden die gemakkelijk tot een afkeer van of regelrechte haat jegens ons kunnen leiden. Uit een onderzoek van het Centrum voor Sociaal Onderzoek uit Berlijn (het ‘Wissenschaftszen- trum Berlin für Sozialforschung’ of  ‘WZB’) bij Turkse en Marokkaanse moslims in zes Europese landen (Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Zweden) blijkt immers dat:

  • 66 procent van de Europese moslims de regels van de Koran belangrijker vindt dan de wetten van het land waarin ze leven;
  • 75 procent van de Europese moslims stelt dat er maar één interpretatie van de Koran is die dwingend zou moeten gelden voor alle moslims;
  • 60 procent van de Europese moslims vindt dat moslims moeten terugkeren naar hun ‘islamitische wortels’.

Moslims in Europa die op alle drie deze stellingen bevestigend antwoordden, werden door het WZB gekwalificeerd als ‘consistente fundamentalisten’, en dat is maar liefst 44 procent (evenredig verdeeld onder jongere en oudere moslims). Andere zorgwekkende conclusies uit dit onderzoek zijn dat 60 procent van de moslims in Europa homoseksuelen als vriend weigert te zien, 45 procent Joden onbetrouwbaar acht en 54 procent van de Europese moslims gelooft dat het een doel is van het westen om de islam kapot te maken

De uitkomsten zijn duidelijke tegengestelden van wat we vaak horen, namelijk dat islamitisch fundamentalisme een marginaal verschijnsel is in West-Europa en dat de fundamentalistische graad niet verschilt van die onder de christelijke meerderheid. Beide blijken overduidelijk onwaar, aangezien bijna de helft van de Europese islamieten wil terugkeren naar de islamitische wortels en denkt dat er slechts één interpretatie is van de Koran en dat de daarin opgetekende wetten belangrijker zijn dan seculiere wetten.”

De ongemakkelijke conclusie is dat:

  • a) ware vrijdenkers met islamitische achtergrond een ultrakleine en niet zelden met de dood bedreigde minderheid uitmaken (ex-moslims en oprechte islamhervormers);
  • b) de gewelddadige jihadisten met meer en steeds meer zijn; en
  • c) dat daartussen een meerderheidsgroep zit van redelijk tot zeer orthodoxe moslims die in meer of mindere mate hatelijke denkbeelden koesteren en soms dito daden stellen ten opzichte van andersdenkenden, andersgeaarden, vrouwen en/of kinderen. Die grootste groep, die tegelijkertijd hartstochtelijk blijft liegen dat de islam geen hatelijke leer is en dus bewust of onbewust de doctrine van de ‘taqiyya’ (bedrog, misleiding) in de praktijk brengt, spreidt het bedje voor de jihadisten: ze islamiseren onze samenleving.

Dat veel moslims tegelijkertijd ook bang zijn, is logisch: de islamitische doctrine is sektarisch van aard en — net zoals dat geldt voor communisme en nationaalsocialisme — genadeloos hatelijk voor wie de islam bespot, bekritiseert of afvalt. En afvallig, dat kan men snel zijn, want naast elke orthodoxe moslim staat een orthodoxere moslim die de Koran en de Hadith aan zijn zijde vindt. Op afvalligheid staat in de islam in principe de doodstraf. Maar ook zonder dat door een islamitisch land — of door moslims die eigenrichting toepassen, geen zeldzaamheid — de doodstraf of een andere (lijf)straf wordt toegepast, geldt dat diegene die als afvallig wordt beschouwd of de islam wil verlaten de nodige fysieke of mentale haat en terreur (dreigementen, intimidatie, chantage) kan verwachten, vaak ook afkomstig van familie, vrienden of kennissen.

Dat maakt uittreden vrijwel onmogelijk, enkele oersterke uitzonderingen (die niet zelden moeten worden beveiligd) daargelaten. Dat is dus de reden waarom de meeste slachtoffers van islamhaat en geweld moslims zijn en het is dus niet zo, zoals de politiek correcteling en de mainstream moslim zo vaak beweren, dat een jihad-aanslag onislamitisch is omdat (ook) (zelfverklaarde) moslims het slachtoffer zijn, integendeel: het is de meedogenloze islam ten voeten uit.

Misschien wel de grootste misvatting en gepropageerde leugen, is de riedel dat islam eigenlijk een soort jodendom of christendom is dat als ‘jongste’ geloof’ gewoon de verlichting nog moet doormaken.

Dat is even vals als gevaarlijk misleidend, want het resultaat is dat de hatelijke en gewelddadige, totalitaire natuur van de islam niet wordt (h)erkend of wordt gerelativeerd. Die idee wordt gepropageerd door atheïstische lieden die aan elke religie een even grote hekel hebben en alle religies simplistisch op een hoop gooien — alsof ze in de kern allemaal (even) hatelijk zijn. Ook gelovigen, niet in de laatste plaats moslims, zijn erg bedreven in het hanteren van die leugen, met name wanneer ze worden geconfronteerd met onverdedigbare daden die rechtstreeks voortkomen uit de islamitische leer. Het relativerings- en vergoelijkingsmechanisme — “Ja maar, de kruistochten!”, “Ja maar, de ultraorthodoxe Joden!”, “Ja maar, (de christelijke) Breivik!”, “Ja maar, (het Joodse) Israël!” — treedt dan in werking.

Het is ook een beproefde strategie om het gigantische westerse schuldcomplex en de ziekelijke zelfhaat die daarvan het gevolg is (daarover later meer), warm te houden en zo islamkritiek te neutraliseren en zelfs mensen die islamkritiek leveren te intimideren: “Jullie kruistochten waren zo verschrikkelijk dat jij moet zwijgen over onze jihad.” “Elke godsdienst is gelijkwaardig,” beweert ook de invloedrijke leider van de grootste partij in Vlaanderen, Bart De Wever, die nota bene historicus is en geroemd wordt als intellectueel. Wat een gotspe!

Net zoals het ridicuul en simplistisch is om alle aanhangers van een systeem of religie over dezelfde kam te scheren, zo is het ook van de pot gerukt om te stellen dat alle religies of alle drie de monotheïsmen gelijk(waardig) zijn. Er zijn fundamentele verschillen tussen enerzijds jodendom en christendom en anderzijds de islam, en die bepalen in belangrijke mate hoe de wereld eruitziet. De Joodse staat en het Westen, die onder andere geworteld zijn in het christendom, kennen een bijzonder grote mate van individuele vrijheid, wat een ongezien welvaartsniveau mogelijk heeft gemaakt; de islamitische wereld wordt daarentegen gekenmerkt door onvrijheid, racisme, discriminatie, clangedrag, dogmatisch denken en dictatoriaal en tiranniek beleid, met drie a’s tot gevolg: armoede, achterlijkheid, analfabetisme.

Welke fundamentele verschillen tussen jodendom en christen­dom enerzijds en islam anderzijds liggen daaraan ten grondslag? De Koran lijkt in heel wat passages eerder op het reglement voor de krijgstucht van een oorlogvoerende natie dan op een religieus boek. De Koran bevat 164 jihadverzen. In essentie gaat deze ‘grondwet van de islam’ dan ook over de plicht tot jihad (strijd) tegen de ongelovigen en het ongeloof. Verzen zoals “O gij Profeet, spoort de gelovigen aan tot de strijd.” (Koran 8:65), “Doodt de afgodendienaars waar ge hen maar vindt, neemt hen gevangen en belegert hen en bereid hun alle soorten hinderlaag.” Koran 9:5. Strijdt tegen hen. Allah zal hen door uw handen straffen en hen vernederen’ (Koran 9:14) en “Wanneer gij de ongelovigen tegenkomt, houwt dan in op hun nek en wanneer gij onder hen een bloedbad aangericht hebt, bindt hen (=de overlevenden) dan in de boeien’ (Koran 47:4) zijn typerend.

Het algemene islamitische beginsel luidt: “Strijdt tegen hen tot de afgodendienst niet meer bestaat en de religie geheel aan Allah behoort’ (Koran 2:193, herhaald in 8:39). De talloze letterlijke oproepen in de Koran om jihad te voeren tegen de ongelovigen, zijn niet plaats- en tijdsgebonden maar onbegrensd in ruimte en tijd; ze zijn universeel. In de Bijbel worden daarentegen specifieke plagen en straffen in specifieke omstandigheden beschreven, gebonden aan tijd en ruimte. Bovendien is de Bijbel een grote verzameling van verschillende boeken geschreven door meerdere auteurs over een bijzonder lange periode; de Bijbel is erkend mensenwerk, terwijl de Koran het rechtstreekse, eeuwige en onveranderlijke woord is van Allah. Daardoor is het gebruik van de Rede wel mogelijk (geworden) in het christendom, maar niet in de islam.

Historica Machteld Allan stelt: “Dat je als moslim leert datje niet-islamitische medemens je vijand is totdat hij is onderworpen, is afschuwelijk. Het christendom zegt: heb je vijanden lief en behandel je naaste zoals je zelf behandeld wilt worden. Dat leert de islam niet. De Koran zegt tegen de moslim: word niet bevriend met een niet-moslim.”

Het feit dat de Koran een boek vol tegenstrijdigheden lijkt te zijn dat ook vredelievende verzen bevat, die veelvuldig worden geciteerd in een poging om zogenaamd aan te tonen dat de islam een religie van de vrede’ is, is bijzonder misleidend. De oorzaak van deze tegenstrijdige Koranverzen is dat profeet Mohammed in de beginperiode in Mekka, toen hij nog zwak stond, de islam op vreedzame wijze probeerde te verspreiden (de zogenaamde ‘Mekkaanse’ Koranverzen). Later ging Mohammed echter over tot de verspreiding van de islam met het zwaard: hij trok van Mekka naar Medina (de zogenaamde ‘hijra’) en ging, toen hij macht verwierf en nadat hij zich sterk genoeg voelde, agressief en gewelddadig te werk (de zogenaamde ‘Medinese’ Koranverzen).

Een Arabisch spreekwoord illustreert deze strategie: “Als jouw vijand jou de hand reikt, hak je hem af. Als je daarvoor te zwak bent, neem je hem aan.” Mohammed is in die ‘Medinese fase’ een oorlogszuchtige krijgsheer die in tientallen oorlogen en overvallen op karavanen duizenden mensen doodde. Heel wat Mekkaanse, vredelievende Koranverzen enerzijds en Medinese, gewelddadige Koranverzen anderzijds zijn dus op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar dat is slechts schijn.

Volgens de koran is de koran immers een perfect boek zonder fouten en tegenstrijdigheden. Het principe van “naskh” of opheffing in de islam, beschreven in zowel de Koran zelf (Koran 2:106) als in elk professioneel shariahandboek, bepaalt dan ook dat latere, gewelddadige (Medinese) Koranverzen vroegere, vredelievende (Mekkaanse) Koran­verzen opheffen. Dat is goed te begrijpen, want de oude Mohammed is voor zijn gelovigen per slot van rekening rijper en wijzer dan de jonge. Met het principe van de opheffing is de islam precies datgene wat hij is: een politieke ideologie van terreur tegen andersgelovigen en de enige religie’ ter wereld met een goddelijk vastgelegde licentie tot bedriegen en doden.

Dit wordt bevestigd door de niet minder belangrijke ‘soenna’, beschreven in de Hadith: de manier van leven van de islamitische profeet Mohammed, die in de islam als de perfecte mens, de ideale moslim wordt beschouwd en dus hét na te volgen voorbeeld voor elke moslim. Daaruit blijkt dat Mohammed een totalitair politicus en krijger was, alsook een bedrieger, overvaller, (racistische) slavenhandelaar, verkrachter en moordenaar. Afshin Ellian stelt dat “de profeet Mohammed het gebruik van geweld een heilige status gaf”. Het is de logica zelve: de Koran is een hatelijk handboek om oorlog te voeren, te veroveren en te islamiseren en Mohammed was dus een krijgsheer en veroveraar, een (seksgeobsedeerde) oorlogshitser. Jezus was precies het tegengestelde: Mohammed liet moorden; Jezus liet zich vermoorden.

De Amerikaans-Syrische psychiater Dr. Wafa Sultan, die een boek over de islam schreef met als titel A God Who Hates, verwoordt het als volgt: “Het probleem met christenen is dat ze niet zo goed als Jezus zijn. Maar goddank zijn de meeste moslims beter dan Mohammed.” Ferm stelt Sultan: “Durf me niet te vertellen dat ISIS geen islam is of dat islam niet ISIS is. ISIS stapt in de voetsporen van Mohammed en de leerstellingen van de islam. (…) Islam is geen religie. Het is een politieke ideologie die zichzelf oplegt door middel van angst en geweld.” Geheel in tegenstelling tot de Bijbel, maar in overeenstemming met de opvattingen en handelingen van Mohammed, zet de Koran aan tot haat en roept hij op tot geweldpleging tegen andersdenkenden (‘de ongelovigen’).”

Het christendom is in wezen een inclusieve godsdienst van liefde, terwijl de islam een exclusieve leer van haat is: ze zijn tegengesteld aan elkaar. Het Westen streeft dan ook voortdurend naar inclusie, die overigens ook totaal is doorgeslagen: de westerse ‘gutmensch’ wil zelfs de recidiverende crimineel en jihadist ‘deradicaliseren’ en ‘re-integreren’. De islam is eigenlijk alleen goed nieuws – een topinstrument – voor psychopathische, megalomane door seks geobsedeerde tirannieke haters als Mohammed.

Dat al de hypocriete vrijzinnigen en valse atheïsten hier maar eens een puntje aan zuigen!