Vernietiging van vrije meningsuiting in Frankrijk en Duitsland en op het internet


door Judith Bergman
7 September 2019

Oorspronkelijk Engels Item: Killing Free Speech in France, Germany and on the Internet

  • Begin juli keurde de Franse
    nationale vergadering een wetsontwerp goed om online haatzaaien in te
    perken. Het wetsontwerp geeft sociale mediaplatformen 24 uur de tijd om
    “haatdragende inhoud” te verwijderen of het risico te lopen op boetes
    van tot 4% van hun wereldwijde inkomsten. Het wetsvoorstel is naar de
    Franse Senaat gegaan en kan na het zomerreces van het parlement wet
    worden. Als dat het geval is, zal Frankrijk het tweede land in Europa
    zijn, na Duitsland, dat een wet aanneemt waarbij een socialemediabedrijf
    in naam van de staat rechtstreeks de gebruikers censureert.
  • Als je weet dat alleen al een Facebook-post je voor de rechter
    zou kunnen brengen dan zet dat waarschijnlijk een domper op je verlangen
    om vrijuit te spreken.
  • Als de overeenkomst van Facebook met Frankrijk door andere
    Europese landen wordt nagevolgd, zal de vrijheid van meningsuiting in
    Europa, met name op het internet, waarschijnlijk als sneeuw voor de zon
    verdwijnen.
  • Terwijl Facebook beweert online te strijden tegen haatzaaiende
    woorden, waaronder de bewering dat het miljoenen posts met
    terroristische inhoud van zijn platform heeft verwijderd, staan er
    volgens een recent rapport van de Daily Beast nog steeds 105 berichten
    van enkele van de beruchtste terroristen van Al-Qaeda op Facebook en
    YouTube.

In mei riep Frankrijk op
tot meer overheidstoezicht op Facebook. Nu heeft Facebook ermee
ingestemd om de identificatiegegevens van Franse gebruikers die verdacht
worden van haatzaaiende uitlatingen op haar platform over te dragen aan
Franse rechters, aldus Cédric O, de Franse staatssecretaris voor de digitale sector.

Nog eerder, volgens
een Reuters rapport, “had Facebook zich onthouden van het doorgeven van
identificatiegegevens van mensen die verdacht worden van haatzaaiende
uitlatingen, omdat het niet verplicht was om dit te doen onder
Amerikaanse/Franse wettelijke conventies en omdat het bezorgd was dat
landen zonder een onafhankelijke rechterlijke macht er misbruik van
zouden kunnen maken”. Tot nu toe, zo merkte Reuters op, had Facebook
alleen samengewerkt met de Franse rechterlijke macht in zaken die
verband hielden met terroristische aanslagen en gewelddaden door de
IP-adressen en andere identificatiegegevens van verdachte personen over
te dragen aan Franse rechters indien die dit formeel eisten.

Nu echter schijnt “haatzaaien” – waarmee alle afwijkende meningen
gemakshalve worden geëtiketteerd – vergelijkbaar te zijn geworden met
terrorisme en is het een gewelddadige misdaad geworden. Hoe
autocratisch, maar Cédric O houdt er blijkbaar van: “Dit is groot
nieuws, het betekent dat de rechtsgang normaal zal kunnen verlopen.”

Het is zeer waarschijnlijk dat andere landen een soortgelijke
overeenkomst met Facebook willen; het lijkt ook waarschijnlijk dat
Facebook zich daaraan zal houden. In mei bijvoorbeeld, toen Frankrijk
debatteerde over wetgeving die een nieuwe “onafhankelijke
toezichthouder” de macht zou geven om aan technische netwerkbedrijven
tot 4% boete van hun wereldwijde inkomsten op te leggen als ze niet genoeg doen om “haatdragende inhoud” van hun netwerk te verwijderen, merkte
Mark Zuckerberg, CEO van Facebook, op: “Ik hoop dat het [het Franse
voorstel] een model kan worden dat in de hele EU kan worden gebruikt.”

Frankrijk is het eerste en tot nu toe enige land dat een dergelijke overeenkomst met Facebook is aangegaan.

De nieuwe overeenkomst kan het einde betekenen van de de-facto vrije
meningsuiting op Facebook voor Franse burgers. Zelfcensuur in Europa is
al wijdverbreid: een recent onderzoek
in Duitsland toonde aan dat tweederde van de Duitsers “zeer
voorzichtig” is over de onderwerpen die ze in het openbaar willen
bespreken – de Islam en de migranten zijn het meest taboe.

De Franse autoriteiten zijn al bezig om een extreem publiek voorbeeld
te stellen van wat er kan gebeuren met hen die hun vrijheid van
meningsuiting op het internet gebruiken. Marine Le Pen, president van de
Rassemblement National kreeg onlangs het bevel om terecht te staan
en kan een maximumstraf van drie jaar gevangenisstraf en een boete van
75.000 euro krijgen voor het verspreiden van “gewelddadige berichten die
aanzetten tot terrorisme of pornografie of de menselijke waardigheid
ernstig schaden”. In 2015 had ze beelden getweet van wreedheden die door
ISIS in Syrië en Irak waren begaan om te laten zien wat ISIS aan het
doen was.

Als de overeenkomst van Facebook met Frankrijk wordt overgenomen door
andere Europese landen, zal wat er nog over is van de vrijheid van
meningsuiting in Europa, vooral op het internet, als sneeuw voor de zon
verdwijnen.

Begin juli keurde de Franse nationale vergadering een wetsontwerp
goed om online haatzaaien in te perken. Het wetsontwerp geeft sociale
mediaplatformen 24 uur de tijd om “haatdragende inhoud” te verwijderen
of het risico te lopen op boetes van tot 4% van hun wereldwijde
inkomsten. Het wetsvoorstel is naar de Franse Senaat gegaan en kan na
het zomerreces van het parlement wet worden. Als dat het geval is, zal
Frankrijk het tweede land in Europa zijn, na Duitsland, dat een wet aanneemt waarbij een socialemediabedrijf in naam van de staat rechtstreeks de gebruikers censureert.

Ook in Duitsland – waar de censuurwet,
bekend als NetzDG, Facebook ook verplicht om binnen 24 uur inhoud te
verwijderen, of boetes van tot 50 miljoen euro tegemoet te zien- heeft
het Bundesamt für Rechtsanwalt Facebook begin juli een wettelijke boete
van 2 miljoen euro opgelegd “voor de onvolledige informatie in haar
gepubliceerde rapport [de publicatie van zijn transparantieverslag voor
de eerste helft van 2018, dat vereist is in het kader van de NetzDG]
inzake het aantal klachten over illegale inhoud. Dit geeft het grote
publiek een vertekend beeld van zowel de hoeveelheid illegale inhoud als
van de reactie op het sociale netwerk”.

Volgens
het Duitse Bundesamt für Rechtsanwalt informeert Facebook zijn
gebruikers onvoldoende over de mogelijkheid om “criminele inhoud” in het
specifieke “NetzDG-meldingsformulier” te melden:

“Facebook heeft twee meldsystemen: de standaard feedback-
en meldkanalen enerzijds en het ‘NetzDG-meldformulier’ anderzijds.
Gebruikers die een klacht willen indienen over criminele inhoud onder de
Wet Handhaving Netwerken worden in de richting van de standaardkanalen
gestuurd, omdat het naast elkaar bestaan van standaardkanalen en het
‘NetzDG-meldingsformulier’ onvoldoende transparant is gemaakt en het
‘NetzDG-meldingsformulier’ te verborgen is… Waar sociale netwerken
meer dan één meldkanaal aanbieden, moet dit duidelijk en transparant
worden gemaakt voor de gebruikers en de klachten die zij via deze
kanalen ontvangen, moeten worden opgenomen in het transparantieverslag.
Procedures voor de behandeling van klachten over illegale inhoud hebben
immers een aanzienlijke impact op de transparantie.

In een reactie daarop zei Facebook:

“We willen haatzaaien zo snel en effectief mogelijk uit
de wereld helpen en daar werken we aan. We zijn ervan overtuigd dat onze
gepubliceerde NetzDG-rapporten in overeenstemming zijn met de wet, maar
zoals veel critici hebben opgemerkt, is de wet niet duidelijk genoeg.”

Terwijl Facebook beweert online te strijden tegen haatzaaiende woorden, waaronder de bewering dat het miljoenen posts met terroristische inhoud van zijn platform heeft verwijderd, staan er volgens een recent rapport van de Daily Beast nog steeds 105 berichten van enkele van de beruchtste terroristen van Al-Qaeda op Facebook en YouTube.

Onder de terroristen bevinden zich Ibrahim Suleiman al-Rubaish, die
meer dan vijf jaar gevangen werd gehouden in Guantanamo Bay vanwege
training met al-Qaeda en het vechten met de Taliban in Afghanistan tegen
de Verenigde Staten, en Anwar al-Awlaki, een in Amerika geboren
terrorist; beiden gedood door Amerikaanse droneaanvallen. Volgens een
Amerikaanse ambtenaar voor terrorismebestrijding in september 2016:

“Als je naar de mensen zou kijken die de terreurdaden
hadden gepleegd of gearresteerd zijn en je had een peiling gehouden, dan
zou je opmerken dat de meerderheid van hen op de een of andere manier
in contact stond met Awlaki.

Awlaki predikte
en verspreidde al in de jaren negentig zijn boodschap van jihad in
Amerikaanse moskeeën. In de Masjid Ar-Ribat al-Islami moskee in San
Diego, tussen 1996-2000, woonden twee van de toekomstige 9/11 kapers zijn preken bij. Hij zou ook verschillende andere terroristen hebben geïnspireerd,
zoals de Fort Hood terrorist, Majoor Nidal Malik Hasan, met wie hij
e-mails heeft uitgewisseld, en de gebroeders Tsarnaev, die een bom plaatsten
tijdens de marathon van Boston in 2013. Blijkbaar stoort dat soort
activiteiten Facebook niet: Het Daily Beast vond naar verluidt deze
video’s door eenvoudige zoekopdrachten in het Arabisch met alleen de
namen van de jihadisten.

Dat Facebook “creatief” lijkt te zijn in hoe het ervoor kiest om zijn eigen regels te volgen, is niets nieuws. Zoals eerder gemeld door het Gatestone Institute, heeft Ahmad Qadan in Zweden twee jaar lang publiekelijk geld ingezameld voor ISIS. Facebook verwijderde de berichten pas nadat de Zweedse veiligheidsdienst (Säpo) Facebook benaderde. In november 2017 werd Ahmad veroordeeld
tot zes maanden gevangenisstraf voor het gebruik van Facebook om geld
in te zamelen voor de financiering van wapenaankopen voor de ISIS en
Jabhat al-Nusra terreurgroepen en voor het plaatsen van berichten waarin
werd opgeroepen tot “ernstige gewelddaden, voornamelijk en onevenredig
gericht tegen burgers met de bedoeling om terreur onder het publiek te
creëren.”

In september 2018 onthulden
de Canadese media dat een terroristenleider in Toronto, Zakaria Amara,
tijdens het uitzitten van een levenslange gevangenisstraf voor het
beramen van door Al-Qaeda geïnspireerde aanslagen met vrachtwagens in
het centrum van Toronto, toch een Facebook-pagina had waarop hij foto’s
en notities vanuit de gevangenis plaatste over wat van hem een terrorist
gemaakt had. Pas nadat de Canadese media contact hadden opgenomen met
Facebook om te vragen naar de account, verwijderde Facebook Amara’s account “vanwege het schenden van gemeenschapsnormen”.

Wanneer zal het voor Facebook – en YouTube – een prioriteit worden om
materiaal van de terrorist Anwar al-Awlaki te verwijderen, wiens
ophitsing echte terroristen heeft geïnspireerd om mensen te doden?

Judith Bergman, een columnist, advocaat en politiek analist, is een Onderscheiden Senior Onderzoeker bij Gatestone Institute.