Zin en Onzin van de Economische Wetenschap

Sinds het optreden van de economische crisis in 2008 en de implicaties hiervan op europees vlak is het alom paniek zowel op nationaal als op internationaal niveau. Wegens een gebrek aan inzichten en  hout om pijlen te maken slaan onze politiekers te molenwieken om toch maar op het droge te kunnen blijven.. In deze situatie is volgens hun europa de enige overlevingskans om toch maar van het manna van de macht te kunnen blijven genieten. Spijtig genoeg is het schip europa zo lek als een zeef en hoeft het maar een klein stootje om naar de bodem gezogen te worden. In een volgend stadium wenden ze zich tot de economische wetenschap en de economen opdat deze hun een aantal oplossingen zouden aanreiken of ten minste het inzicht zouden leveren dat ze goed bezig zijn.

Guy de la tourette

Guy de la tourette

Daarom worden we sinds de financiële crisis uitbrak dagelijks geconfronteerd met stellingnames inzake de huidige en toekomstige ontwikkelingen van de nationale en de wereldeconomie. Allerlei aanbevelingen worden ons naar het hoofd geslingerd door diverse instanties die volgens hun eigen inzichten voorspellende kracht zouden hebben. Denken we maar aan het licht van Martens dat op het einde van de tunnel zou doorbreken evenals aan de economie die telkens volgens specialisten zou herleven, nu eens in de lente, dan weer in de zomer, om dan weer volgens de glazen bol van anderen tegen het jaareinde substantieel te verbeteren.

Om tot al deze “inzichten” te komen zijn er in België een resem van instellingen en hun deskundigen aanwezig die volgens hun zeggen en handelen dit alles in goede banen moeten leiden om de diverse overheden de juiste cijfers en tendenzen toe te spelen. Deze deskundigen zijn van allerlei taalkundige en politieke pluimage om de zogenaamde evenwichten bij de besluitvorming in acht te nemen. Denken we hierbij o.m. aan de Nationale Bank, het Planbureau, de diverse sociaal-economische adviesraden, de studiediensten van de banken, de EU, de OESO, het IMF enz. In de concrete situatie van het opstellen van de jaarlijkse overheidsbegroting zijn zij het die de grote economische aggregaten zoals de consumptie, de investeringen, de buitenlandse handel, de ontwikkeling van het bruto-binnenlands produkt en de inflatie aan de hand van de aangereikte cijfers moeten beoordelen. Meestal gebeurt dit in besloten ministeriële werkgroepen die dienaangaande aan de regering voorstellen moeten doen. De uiteindelijke beslissing wordt vervolgens in het kernkabinet genomen.

Uit voorgaande  procedure blijkt duidelijk dat de ganse besluitvorming niet op objectieve gegevens,maar wel op de politieke interpretatie van deze laatste berust. De economische elementen die als uitgangsbasis dienen, wijzen door hun praktisch impact uit dat ze eerder van normatieve aard zijn en gekleurd worden door de daarachter staande belangen. De cijfers waarmee we geconfronteerd worden zijn bijgevolg niet de waarheid en eerder het gevolg van geven en nemen in het kader van het politiek machtspel. Zo zijn in die zin de aggregaten van de nationale boekhouding het gevolg van gedoseerde afspraken en overeenkomsten in de cenakels van de Nationale Bank.

Het wordt na het voorgaande wel duidelijk dat de economie een sociale gedragswetenschap is die als zodanig methodologisch en inhoudelijk erg verschillend is van de exacte wetenschappen zoals bv. wiskunde of natuurkunde. Belangrijk is wie de economische wetten formuleert, want dit bepaalt de ideologische inhoud van de economische wetenschap. Zo is de analyse van de oorzaken van de economische crisis en de oplossing ervan verschillend volgens het gekozen doctrinair uitgangspunt. In verband hiermee formuleert men dan een aantal politieke opties op diverse beleidsdomeinen die hierbij aanleunen.

Dat men hierbij het gezond verstand moet laten primeren is een voor de hand liggend feit. Nochtans beantwoorden de cijfers en remedies die de jongste jaren door een aantal economen met het oog op het oplossen van de economische crisis wereldkundig werden gemaakt niet altijd aan deze filosofie. Het beste voorbeeld hiervan is de studie van de zogenaamde “Americaanse topeconomen” Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff die in hun werk “Growth in a Time of Debt” voor de periode 1946-2009 de relatie onderzochten tussen de overheidsschuld en de economische groei en waaruit ze besloten dat de groei stokt als de schuldgraad boven de grens van 90 percent van bruto binnenlands product uitstijgt.

Olli Rehn ,Europees Commissaris voor Economie, greep deze ideeën dankbaar aan en verwees er expliciet naar om de ene besparingsronde na de andere, gepaard gaande met een aantal aanbevelingen aan, om de druk op een aantal landen sterk op te voeren. Spijtig genoeg bleek de analyse waarop het besparingsbeleid stoelt een betwistbaar karakter te vertonen. Andere economen zoals Thomas Herndon, Michael Ash en Robert Pollin van de University of Massachusetts deden het onderzoek van Rogoff over en ontdekten tal van methodologische en inhoudelijke fouten die tegelijkertijd de positie en politiek van Rehn ondermijnden.

Een tweede karakteristiek voorbeeld zijn de ramingen van de omvang van het vermogen door de Nationale Bank in België. Deze bedragen uit macro-economische optiek 206.200euri en op basis van enquêtes 170.400 euri. Door deze grote afwijking kan men zich de vraag stellen naar de exactheid van al deze cijfers en of de politiek die hier mee rekening zou moeten houden wel op betrouwbare basis berust.

Dit zijn maar enkele voorbeelden uit de praktijk die eens te meer aantonen op welke onbetrouwbare basis de economische politiek en de daarmee gepaard gaande theorie opgebouwd wordt. Deze improvisatie kan echter alleen zo lang blijven duren tot de mondige burger aan zinloze theorieën een halt toeroept en rekenschap zal vragen aan al degenen voor wie de politiek en economie alleen eigenbelang en knoeierij betekent.

image_pdfimage_print
Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *