Ook voor de mensen die zich lieten inschrijven als fictieve werknemers was het systeem winstgevend. Met de valse loonbrieven en ontslagpapieren konden ze bij de overheid aankloppen om uitkeringen te krijgen: een werkloosheidspremie, kinderbijslag, een ziekte-uitkering, vakantiegeld, kinderbijslag …

Jean-Claude B. vertelde aan de speurders hoe hij aan zijn cliënten een ‘kit’ gaf met daarin een vervalst arbeidscontract bij een van de spookfirma’s van Mohammed J., nep-loonfiches en een C4. Voor een vervalste loonbrief moesten de klanten tot 350 euro betalen. Een C4 kostte 250 euro. De fraude werd ontdekt in 2006. Pas vandaag – acht jaar later – komt de zaak voor de rechter.

20 miljoen

De administraties die het slachtoffer zijn van de fraude – zoals de RVA, het Riziv, de RSZ en de Rijksdienst voor Pensioenen – eisen 20,2 miljoen euro terug. Dat is het bedrag dat onterecht zou zijn uitgekeerd aan sociale bijdragen, vermeerderd met administratiekosten.

De administraties maken zich sterk dat ze er de voorbije jaren in geslaagd zijn dit soort fraude sneller te detecteren. Vakbonden en ziekenfondsen zijn sinds de ontdekking van deze C4-fraude ook verplicht beter uit te kijken en in de databanken naar verdachte werkgevers te speuren vooraleer ze nieuwe uitkeringen toestaan.

In Brussel gaat het om een zodanig grote fraude dat beslist werd de zaak op te splitsen. Na dit eerste proces volgt er nog een reeks kleinere. Alle 2.000 werklozen vervolgen, was onhaalbaar. Sommigen werden administratief gestraft en moesten hun uitkeringen terugbetalen. Maar veel anderen zijn spoorloos gebleven.