Zeg niet: “Het is maar een sprookje”

Twee sprookjes op rij. Eigenlijk een toetsing aan de realiteit en de diepere moraal van het verhaal concreet beschrijvend. Ook thuishorend in de rubriek.’Meer dan een sprookje’

Sterk aanbevolen! Stuk geschreven door Jean Pierre Rondas en aangeboden door ‘De vrienden van in Doorbraak’ https://doorbraak.be/staatsvrouwtje-sophie-wilmes/?fbclid=IwAR3hLlxPtilFSPby_FUImet0HL6gPtL0NHqqKuQzn-ZVmLKpq-y0pxceG48

Men kan ja niet alles lezen wat er wordt geschreven, en al helemaal niet wanneer men ook zelf veel schrijft. Daardoor wordt men ook selectiever…. tenminste als men kan vinden wat men zoekt tussen de veelheid aan artikels, commentaren en analyses…
En laat ik nu vandaag een gelukkige keuze hebben gemaakt om het onderstaande artikel te lezen van Jean Pierre Rondas in Doorbraak.be.
Niet helemaal toevallig, dus geen gok,want ik las al eerder mooie stukjes van hem.
Zijn laatste artikel vind ik grandioos. Analytisch, actueel, treffend,… en getuigend van zijn taalvaardigheid en literaire kennis. Niet slechts de oppervlakkige kennis, waarover velen beschikken, maar zijn inzicht in de diepgang en de moraal achter een verhaal. Ik ben een beetje jaloers geef ik toe. Omdat ik zoiets zelf had willen schrijven.

Staatsvrouwtje Sophie Wilmès

of, hoe een IJslandse boerendochter meer van politiek snapt dan een saboteuse van de faciliteitenwetgeving 30/04/2020 Jean-Pierre Rondas – Leestijd 8 minuten 1

Net zomin als u had ik ooit eerder van Sophie Wilmès gehoord. Plots was ze daar, en ik wist van niets. Mij hadden ze niets gezegd. En toch kende ik haar van ergens, dat was zeker. Maar vanwaar?
Op een ochtend wist ik het: ik kende ze uit een sprookje. Maar welk? Eentje van de Lage Landen? Van Hans Andersen? Van de gebroeders Grimm? Mijn enig houvast was dat het over een jonge vrouw ging die niet gekleed, maar toch ook niet naakt was.
Niet dat Sophie Wilmès me op gedachten bracht, integendeel. Haar taalgenote Béatrice Delvaux had haar onlangs in Le Soir zelfs uitgeroepen tot de vlaggenstok waarrond alle Belgen zich eendrachtig moesten scharen.

Nog een ochtend verder wist ik dat ik bij Grimm moest zoeken. En dan ging het snel. Wat ik nodig had, stond in sprookje nummer 94 van de Kinder- und Hausmärchen, ‘Het slimme boerenmeisje’.* Tot mijn teleurstelling betrof het slechts een passage van een tiental regels die in mijn geheugen tot een volledig sprookje waren uitgegroeid. Aanloop en verder verloop van het verhaal sla ik dus over.

Die kluge Bauerntochter

Een beetje zoals in De Mol

Een jonge boerendeerne dingt naar des konings hand. Die wil met haar trouwen als ze eerst een raadsel kan oplossen. Je moet morgen bij me komen, zegt de koning, ‘niet gekleed en toch niet naakt, niet op het paard maar ook niet op de wagen, niet op het pad maar ook niet buiten het pad, en als je dat kan, zal ik je trouwen’. Een raadsel, een slimheidsproef en een behendigheidsproef ineen. Een beetje zoals in De Mol.
De slimme meid begrijpt de portee van het raadsel en weet wat haar te doen staat. Ze hult zich in een visnet met grote gaten: naakt en toch gekleed. Ze knoopt dat visnet vast aan de staart van een ezel: niet op het paard, en ook niet op de wagen. Dan laat ze zich slepen over het karrespoor, waar ze zich niet op en ook niet buiten het pad bevindt. Opdracht volbracht. Inspiratie voor romantische schilders die een excuus voor vrouwelijk bloot te baat namen.

De Grimms hadden een equivalent ontdekt in een van de IJslandse sagen. Het naamloze meisje heet daar Aslaug, de dochter van Brünhilde. Het raadsel luidt wel een beetje anders. Gekleed en toch naakt: dat blijft uiteraard hetzelfde, zo’n motief houdt stand gedurende eeuwen van overlevering. De twee andere voorwaarden zijn varianten op hetzelfde thema: ze moet gegeten hebben en toch niet, en ze moet niet op haar eentje naar ’s konings slot komen, en toch zonder iemands begeleiding. Dus bijt ze een beetje in een teentje look: niet gegeten. En ze laat haar hond meelopen: in niemands gezelschap. Ze heeft het raadsel opgelost en uitgevoerd. De koning beseft wat voor vlees hij in zijn kuip krijgt, en wil graag met haar trouwen.

En même temps

Trouwen met de koning der Belgen wens ik zelfs Sophie Wilmès niet toe; maar het hele raadsel van dit en toch niet dit, dat niet en toch wel weer dat, is haar op het vlaggenstokkige lijf geschreven. Haar eerste-ministerschap kan nog het beste samengevat worden in het stopwoord (of de stopgedachte) van de Franse president Macron: en même temps. Ze is dit, maar en même temps toch niet, en ze is niet dát, maar en même temps toch weer wel.

Haar regering werd een nieuwe regering Wilmès II, die toch perfect dezelfde was als de oude regering Wilmès I. Half maart was ze formateur van deze nieuwe regering waar ze niets mocht formatteren want de nieuwe pompbak was gelijk aan de oude die kapot was. Het ging om een minderheidsregering met de steun van de vijandigst mogelijke meerderheid. Ze zou met volmachten regeren omdat dit sneller ging dan het parlement, dat dan toch weer sneller liep dan die volmachten. Alhoewel haar regering machtig had moeten zijn, was ze toch machteloos. Ze vroeg een diep vertrouwen maar oogstte niets dan wantrouwen. Ze deed haar best er wettelijk uit te zien maar heeft in Vlaanderen geen grein legitimiteit veroverd.

’t is om te lachen

Tot zover het eerste niveau van de gelijkenis tussen Premier Sophie Wilmès en Grimms boerendochter. Het is het niveau van de mossel noch de vis die Wilmès is, en ’t is om te lachen.

Maar er is een tweede niveau en dat is serieus. Dat komt omdat het sprookje met antithesen werkt die dialectisch moeten opgeheven worden. Laten we eens terugkeren naar de voorwaarden die de koning aan de boerendochter stelt. Wat voor rare verzameling tegensprekelijkheden en onmogelijkheden is me dat? Naakt/gekleed, niet te paard/niet op de wagen, niet op en niet van de weg, wel en niet gegeten, alleen en toch in gezelschap? Waarom stelt de koning juist deze raadselvragen en raadselopdrachten? Hoe luidt hun gemeenschappelijke noemer?

De strekking van het sprookje

Zoals bij raadsels gebruikelijk ligt de oplossing al vervat in de bewoordingen van het raadsel. Wie de vijf opdrachten nog eens goed bekijkt, merkt dat de raadsels allemaal het bestaan van een tussenpositie suggereren, en de kandidate (de boerendochter) zelfs dwingen naar zo’n tussenpositie te zoeken. Positie waartussen? Tussen duidelijkheden, tussen evidenties, of tussen polarisaties zo u wil. De jonge vrouw moet een plek zoeken tussen eten en niet eten, tussen alleen en niet alleen, tussen op of naast de weg, tussen naakt en niet naakt. Ze moet zoeken naar het ‘uitgesloten derde’, en ze moet tonen dat ze dat uitgesloten derde niet alleen kan formuleren maar ook uitvoeren. Sterker nog, ze moet de ‘uitleg’ overslaan en zonder omwegen opvoeren dat ze begrepen heeft waarom het gaat. Ze moet de tegenstelling tussen these en antithese opheffen en de synthese vinden. Ze moet tonen dat ze bekwaam is om in een band, een bond, een verbond, een gemeenschap te leven. Ze moet de portee van haar eigen sprookje beseffen. Ze moet met andere woorden de kunst van de politiek beheersen.

Deze portee gaat om de relativiteit van alle polarisaties, over de waarheid die tussen de duidelijkheden ligt, over de aanname dat tussen A en niet-A er toch een derde positie mogelijk is, namelijk ‘noch A noch niet-A’. Dat de enige overlevingskunst erin bestaat om zowel het ene als het andere te aanvaarden en de inconsequentie te huldigen – terwijl de overlever idealiter toch principieel blijft en niet hypocriet is. Een kunst die de nuances van de praxis kent. Die het eerbare compromis aanvaardt maar alle rotte compromissen afwijst. Wie dat kan, weet ook wat sociale omgang, gevoel voor voorlopigheid en hanteren van macht betekenen. Zo’n boerendochter snapt de kunst van de politiek. Zo iemand kan dan ook de koning terzijde staan. Met zo’n vrouw wil de koning trouwen, ook als ze van buiten de machtsgemeenschap afkomstig is. Daartoe dient namelijk ook het raadsel. Het raadsel vraagt om te begrijpen waarover het echt gaat. Wie de raadseltaal van de raadselvraag heeft begrepen en dat zonder veel uitleg duidelijk weet te maken, mag toetreden tot de interne kringen van de politieke macht.

Gebuisd in Vlaanderen, maar niet in Francofonië

Dat heeft ons Wilmès niet gekund. Ze heeft op alle vlakken gefaald. Op het eerste gezicht lijkt ze de vrouw van mossel noch vis (het eerste niveau van het sprookje) en dat blijft ze op het tweede gezicht ook, precies omdat ze niet de politica van het ene-én-het-andere is gebleken (het tweede niveau van het sprookje). Ze haalt het niveau van de slimme boerendochter niet. Ze is geen wezen dat in staat is om de Mol te ontmaskeren – noch om de Mol te zijn.

Een Noord-Belgisch commentator schreef ontgoocheld dat Wilmès ‘de tergende crisis van het politiek gezag in België’ had moeten doen vergeten. Maar hoe had ze dat gekund? Ze is zelf de emanatie van die tergende gezagscrisis, van de onbestuurbaarheid van deze staat. Voorgedragen door een politiek onbetrouwbaar verkoper van tweedehandsregeringen, ging ze aan het hoofd staan van een regering van Voorlopig Verloren Mondmaskers. Ze heeft zich laten reduceren tot de handpop van drie onverzettelijke vijanden ondereen, die het slechts over één ding eens waren, namelijk dat ze een manier moesten vinden om via coronacrisis het Belgische status-quo gedurende nog maar eens een legislatuur te bestendigen. Ze heten Magnette, Nollet en Bouchez en ze zijn ervan overtuigd dat de Vlaamse meerderheid van de bevolking kan en mag bestuurd worden door zeven anonieme nulliteiten die de francofone minderheid van die bevolking representeren. Halsstarrige, verstokte uitsluiters en cordonmeesters van de polarisatie, die denken dat ze op die mentaliteit een staat kunnen bouwen. Stuk voor stuk zouden ze de raadselproeven van de sprookjeskoning verknoeien.

De boerendochter wist beter. Zij wist al uit zichzelf dat politiek de kunst van het mogelijke was en niet de dril van het grimmige forceren. Had de koning haar een ouderwetse handboor bezorgd samen met een ondoordringbare houten plank, dan had zij er toch gaten in geboord.

Omdat ze nu eenmaal de onverbeterlijkheid van la Belgique representeert…

Dit alles ontgaat de Belgicistische politica Wilmès totaal. Ze belichaamt het Belgische negatief. Ze zit dus op de juiste plaats. Het kan beter, zegt ze zelf. Maar dat is juist haar probleem: wat ze ook doet, het kan niet beter omdat ze nu eenmaal de onverbeterlijkheid van la Belgique representeert…

Volgens La Libre Belgique en Le Monde is zij la révélation Sophie Wilmès, une des rares personnalités capables de rassurer l’opinion et de gérer une situation exceptionnelle…** De Franse zakenkrant Les Echos vierde zelfs ‘de geboorte van een echte staatsvrouw’.
Precies zoals haar koning Philippe al zei toen hij haar de eed afnam: ’t Is een staatsvrouwtje! Net daarom is die Philippe ook geen IJslandse koning nietwaar, maar slechts een Belgisch staatsmannetje.

* In de Nederlandse uitgave nummer 91. Uniboek 1984, heruitgave van de druk van 1940. In de Insel-uitgave Die kluge Bauerntochter, p. 159 van deel II.
** ‘…de revelatie Sophie Wilmès: een van de zeldzame persoonlijkheden die in staat zijn de publieke opinie gerust te stellen en een uitzonderlijke situatie aan te pakken.’




Volmachten misbruikt. Wanneer het volk te zwak is rijst de dictatuur.

De belgische MR/VLD en CD&V -junta misbruikte haar volmachten al vaker maar dit is wat er haast geruisloos mee door de smeerpijp, door onze strot werd geduwd:

Asielzoekers mogen werken op voorwaarde dat ze hun aanvraag tot asiel al hebben ingediend. Normaal moeten asielzoekers een procedure van een paar maanden doorlopen voor ze kunnen werken. Die wordt nu even geschrapt. Voor de duur van hun asielprocedure, zelfs als ze in een beroepsprocedure zitten, mogen ze de arbeidsmarkt betreden. Daarmee wil de kern het gebrek aan seizoensarbeiders compenseren.”

Nooit meer krijgen ze deze geesten terug in de fles.
Dit komt neer op een feitelijke regularisering, en zal leiden tot meer ‘snelle’ (?) belgen en nieuwe ‘kiezers’.
Natuurlijk gaan daar misbruiken van komen. Natuurlijk zal dat een aanzuigeffect creëren.
Waarom niet de vele werklozen inschakelen, vooral in Brussel en Wallonië en zelfs Vlaanderen om de werkgraad te verbeteren. Of de vele plantrekkers die aan jaren aan de ziekenkas zijn maar overal gaan bijklussen en of voortdurend in en rond hun huis aan ’t werken zijn, zoals iedereen er in zijn directe omgeving kent?
En zo zouden echte zieken ook echt beter kunnen worden geholpen, en het systeem niet gevaarlijk worden overbelast.

Waarom ook niet sommige gevangenen aan het werk zetten, in plaats van hen gewoon vrij te laten?

Of de vele daklozen en de mensen die nu alle dagen in armoede leven?
Of de ontspoorde ‘jongeren’ die eigenlijk nooit echt worden gestraft. Werk zou hen leren wat burger zijn , wat echte solidariteit, in dit land betekent. Hoe ze hun leven kunnen veranderen ten goede en eigenwaarde vinden die ze daarna hopelijk nooit meer zullen verliezen.
Er zijn in dit land al veel te veel mensen die kunnen werken maar het niet meer willen, durven of kunnen.

Het enige dat de overheid zou moeten gedaan hebben is die mensen verplichten tot wederdienst, en er voor te zorgen dat de staat niet de grootste dief is van het inkomen van de laagste verdieners (maar ook de meer-verdieners die hun inkomen uit arbeid en ondernemen halen). Die hogere tewerkstellingsgraad zou het verlies aan inkomsten compenseren.
Maar het barst hier in dit onland van de makkelijke oplossingen die uit incompetentie en electorale overwegingen worden genomen, en om de schijn van de morele en ethische superioriteit hoog te houden.

Daarmee in het centrum van de geüsurpeerde macht te blijven zitten terwijl het land wegrot is makkelijker, en zonder moeilijke debatten en keuzes. Maar wel misdadig.
Zachte heelmeesters maken stinkende en dodelijke wonden. De Belgische patiënt maakt geen kans meer. En als we nog lang wachten: de Vlaamse ook niet meer.

Zo moet werken voor iedereen lonen, en nietsdoen en luiheid het oorkussen van de duivel blijven.

Het is maar waarvoor u zult kiezen in het stemhokje, tenminste als de bevolking al niet werd vervangen door …..

https://businessam.be/asielzoekers-krijgen-toegang-tot-arbeidsmarkt-tijdens-coronacrisis/ (Deze link kan niet worden ingesloten)

Asielzoekers krijgen toegang tot arbeidsmarkt tijdens coronacrisis

Coronacrisis

11/04/2020 | Ruben Van Lent | 3 min leestijd

Premier Sophie Wilmès (MR). – Isopix

De zogenaamde superkern nam zaterdag nieuwe maatregelen in de strijd tegen het coronavirus. Er is onder meer beslist dat bedrijven tijdelijk niet failliet kunnen gaan en dat asielzoekers geen specifieke papieren nodig hebben om te mogen werken. Dat kondigt premier Sophie Wilmès (MR) aan in een persbericht.

De superkern bestaat uit de regering, die met een minderheid regeert, aangevuld met de partijen die de regering steunen via volmachten. De partijen in de superkern zijn N-VA, PS, MR, Ecolo, CD&V, Open Vld, sp.a, Groen, cdH en DéFI.

De maatregelen op een rij:

  • Bedrijven kunnen tijdelijk niet failliet gaan: tijdens de duur van de coronacrisis worden bedrijven die in moeilijkheden zijn gekomen door Covid-19 beschermd tegen beslaglegging, faillietverklaring en gerechtelijke ontbinding. Ook zullen de betalingstermijnen in reorganisatieplannen verlengd worden.
  • Vrijwillige overuren in kritieke sectoren (luchtvaart, supermarkten, …) worden voor 220 uur belastingvrij tot 30 juni.
  • Asielzoekers mogen werken op voorwaarde dat ze hun aanvraag tot asiel al hebben ingediend. Normaal moeten asielzoekers een procedure van een paar maanden doorlopen voor ze kunnen werken. Die wordt nu even geschrapt. Voor de duur van hun asielprocedure, zelfs als ze in een beroepsprocedure zitten, mogen ze de arbeidsmarkt betreden. Daarmee wil de kern het gebrek aan seizoensarbeiders compenseren.
  • Ook tijdelijk werklozen mogen bijverdienen in de tuinbouw- en bosbouwsector. Ze krijgen daarvoor een normaal loon en 75 procent van de tijdelijke werkloosheidsuitkering. Ook worden de regels voor flexibele werktijden, detachering en tijdelijk werk versoepeld om het makkelijker te maken werknemers uit te lenen aan kritieke sectoren. In diezelfde sectoren kunnen de komende drie maanden korte opeenvolgende contracten van bepaalde duur gesloten worden.
  • En ook studenten mogen helpen in kritieke sectoren zonder dat hun uren meetellen voor het quotum van 475 uur per jaar. Er wordt geen rekening gehouden met alle werkuren in de tweede helft van 2020.
  • De werkloosheidsuitkeringen blijven gelijk en gaan niet stelselmatig naar beneden, zoals in normale omstandigheden.
  • In de gezondheidszorg mag al het personeel dat nog niet was ingezet worden opgevorderd als dat nodig blijkt. Tot nu was dat wettelijk nog niet mogelijk. Maar dat is wel een allerlaatste redmiddel. De voorkeur gaat uit naar vrijwillige aanwerving of hulp van mensen die nu tijdelijk werkloos zijn.

Source: BusinessAM




Wij betalen de veerman en wreken onze doden.

De lijkzakken zijn er eerder dan de mondmaskers en de tests.
En geen enkele lijkzak werd tot nu toe afgekeurd.

Ze kunnen misschien de minder goede maskers toch nog uitdelen aan de gewone bevolking?

Wees gerust, de politici en machthebbers hebben al lang een voorraad FFP2 of FFP3 in hun kast liggen. Of wat dachten jullie?
Ze hebben zelfs een onderduikadres ver weg van het gepeupel, moest dat eens vervelend beginnen doen. Helaas is Toscanië nu niet het geschikte toevluchtsoord.

Vandaag overleed nonkel Frans in Mechelen.

Hij was een van de mensen die nooit werden getest, drie dagen per week in een zorgcentrum verbleef, daar het virus wellicht opliep en het een paar weken thuis doorgaf aan zijn familie en vrij zeker de hele appartementsblok in Mechelen waar honderden mensen, vooral van boven de 60, wonen.

De liberale staatsgreep met hand en spandiensten van tsjeven had niet tot doel de coronacrisis onder controle te krijgen maar hun falen te verbergen, het unitaire land en de kroon te redden

Een parlementaire onderzoekscommissie?
Zo een waar achteraf iedereen zonder schuld uitkomt, of net iedereen schuldig blijkt, waar vissen verdronken worden, waarheden worden gesmoord in doofpotten, en iedereen van krommen haas gaat gebaren?

De waarheid aan het licht? De onderste steen boven?
Laat me niet lachen…… Dat is onmogelijk nu.
Beloon de klootzakken in het stemhokje…. als het er nog staat de volgende keer, en wreek uw doden.