Uit de reacties gelicht

De enige echte sosjalistische standvastigheid. De jongste “goocheltoeren” die kleine Tobback uit zijn parasiterende mouw schudt zijn slechts klein bier in vergelijking met

wat er in het verleden respectievelijk in de BWP, de BSP, de SP en de SPA gebeurde. Om de haverklap verloochenden ze telkens opnieuw hun eigen principes, keerden hun hemd en papten aan met het Belgisch establishment op een nooit geziene schaal. Hierna volgt een summier beeld van een aantal van deze ontwikkelingen waarbij telkens een nieuwe dageraad beloofd werd, doch die ze telkens zelf in de kiem smoorden.

– Toen in 1886 overal revolutionaire stakingen vooral in Wallonië uitbraken tegen de abominabele levensomstandigheden deinsde het partijapparaat er voor terug om aan deze stakingen een nationale impact te geven uit schrik voor een beweging die ze zelf niet in de hand hadden!

– Hetzelfde deed zich voor in 1902 naar aanleiding van de staking voor het bekomen van het algemeen stemrecht toen er in Leuven een groot aantal slachtoffers vielen. Het partijbestuur verkoos toen duidelijk, tegen de eigen rangen in, een reformistische politiek te voeren.

– In de grondwetsherziening van 1921 werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd. Dit systeem huldigde het principe van “één man, één stem”. Vrouwen kregen enkel stemrecht op gemeentelijk niveau. Oorlogsweduwen mochten echter ook op nationaal niveau hun stem uitbrengen. Stempels waren desalniettemin noodzakelijk om te bewijzen dat je oorlogsweduwe was! De invoering van algemeen kiesrecht voor alle vrouwen werd in het vooruitzicht gesteld… Er werd zelfs een artikel in de grondwet opgenomen dat bepaalde dat het vrouwenkiesrecht in een bijzondere wet kon worden goedgekeurd. Dit zou pas 27 jaar later gebeuren na de 2° Wereldoorlog, in 1948! Zo sosjaal zijn de sossen!

– Het voorgaande kwam nog duidelijker tot uiting wanneer door partijleider Vandervelde na het einde van de eerste wereldoorlog in Loppem afspraken gemaakt werden met Albert I en andere politieke partijen om het regime te consolideren. De keuze voor reformisme boven revolutionaire hervormingen werd toen definitief gemaakt.

– Gedurende het interbellum, toen een nooit geziene economische crisis het land teisterde en talrijke spontane stakingen uitbraken, formuleerde de partijvoorzitter Hendrik De Man een plan naar zijn naam genoemd en dat grootscheepse hervormingen in alle takken van de Belgische economie voorzag. De volksmobilisatie die hieromtrent plaats greep werd echter gekanaliseerd te voordele van de intrede in de regering Van Zeeland wat op termijn een verzanding van het plan betekende en een diepe ontgoocheling voor de massa die hij had meegesleept.

– Dezelfde De Man lanceerde na de Duitse inval “De Unie van Hand en Geestesarbeiders” waarmee hij de socialistische syndicaten een hak wou zetten en zichzelf tot centrale figuur bombarderen. Hiermee wou hij, alhoewel partijvoorzitter, het apparaat buiten spel zetten. Uit deze periode dagtekent ook het aanbod van Jos Van Eynde alias “de kop” of ook nog de “polderbizon” genoemd die zijn diensten aan de nieuwe heersers ging aanbieden voor het lanceren van een collaborerende krant. Later ging hij nog brengen tot hoofdredacteur van de “Volksgazet” en ondervoorzitter van de partij BSP en SP.

– In de naoorlogse jaren ging de BSP hoe langer hoe meer de exacte kopie worden van de PSB, waarmee ze trouwens in een eenheidsstructuur zat, wat zich ging weerspiegelen zowel in de koningskwestie als in de schoolstrijd. Was de uitslag van de koningskwestie een overwinning, dan was de schoolstrijd die deels door de loge en door de socialistische en liberale partij ontketend werd een nederlaag die uitmondde in het door vader Eyskens bewerkstelligde schoolpact.

– Gedurende de eerste helft van de jaren vijftig werd de Waalse economie geconfronteerd met een structurele inzinking die de PSB trachtte te boven te komen met economische structuurhervormingen en nationalisaties. Ook de BSP, die in het gareel moest lopen, was met deze voor Vlaanderen totaal inefficiënte oplossingen akkoord. In de praktijk liep gans deze bedoening op de klippen en koos men onder impuls van vader Eyskens voor de succesvolle expansiewetgeving die Vlaanderen geen windeieren ging leggen.

– Ondertussen werd de BSP geconfronteerd met een ideologische armoede als gevolg van de nieuwe maatschappelijke en economische ontwikkelingen, alsook haar slaafse onderworpenheid aan de PSB. Dit mondde uit in een ideologisch congres van de PSB-BSP in 1977 waar de Vlamingen in het geheel niet aan bod kwamen. Ook de talrijke herbronningspogingen bleken, als gevolg van de menigvuldige regeringsdeelnames, op drijfzand te berusten. In 1979 werd een poging gedaan om de oude beginselverklaring van Quaregnon te herschrijven, doch meer dan een verdediging van de gevoerde politiek werd het niet.

– Midden de jaren tachtig met een grote economische crisis op de achtergrond werd door hun studiedienst “SEVI” waar onder meer Frank Vandenbroucke, Etienne Mangé, Luc Wallyn , Herman Verwilst een poging gedaan met politiekers zoals Willockx, Claes, Tobback (die de leiding had van de studiedienst) om tot een alternatief te komen. Maar verder dan een interview in Knack is van deze loze beloften nooit iets terecht gekomen.

– Enkele jaren later werd wegens de bloedarmoede aan ideeën een beroep gedaan op sommige jongeren die men de domino’s ging heten en voor de vernieuwing moesten zorgen. Dit was hoofdzakelijk een initiatief van Van Miert die enkele poulains o.m. Van Lancker moest promoten.

Op basis van dit korte overzicht en bij plaatsgebrek onvolledige voorbeelden, is het enige besluit dat men uit het initiatief van de kleine Tobback kan trekken: wind en nog eens wind en, zoals het verleden reeds in diverse omstandigheden aanwees, “praat voor de vaak”, de specialiteit van parasiterende apparatsjiks, quoi?

h/t Pieter Coutereel

image_pdfimage_print
Share

Reacties zijn gesloten.